Location: Home > A-D > Brabant 1920 - 1931 > Berging Heferö

Berging Heferö

De stranding van de "Heferö".

Woensdagmorgen, 30 November 1921, omstreeks 9 uur, kwam het bericht, dat op de Zuiderhaaksgronden een groot stoomschip gestrand was, dat om assistentie vroeg. Aanstonds vertrokken enige stoom-schepen van het Bureau Wijsmuller om te trachten het vaartuig af te brengen en de lading zoo mogelijk te bergen. Ook de zeelichter "Albatros" en het bergingsvaartuig "Dolfijn" vertrokken naar de plaats der stranding. Het schip was een grote Noorsche boot, genaamd "Heferö" en bleek tengevolge van den mist uit den koers te zijn geraakt. Dat de kapitein den koers geheel kwijt was, bleek wel hieruit, dat hij, meende in de buurt van IJmuiden te zijn, naar deze plaats om assistente geseind had. Het stoomschip had een kostbare lading maïs en stukgoederen aan boord.
Aanstonds werd met den gezagvoerder een bergingscontract gemaakt op de basis van het "no cure no pay", en vier grote sleepboten van de firma Wijsmuller werden aan het zeer gevaarlijk in de Haaksgronden vastzittend stoomschip vastgemaakt. Het gelukte niet het schip vlot te krijgen, ook niet, toen in plaats van vier, acht booten ter hulp waren gesneld. Bij het eerste bericht van zo'n stranding gaan steeds een menigte vletterlieden zeewaarts, in de hoop aan de zaak een daggeldje te verdienen. Zoo ook bij de "Heferö" vele vletjes krioelden rondom het grote schip, dat onbeweeglijk vastzat en bleef zitten. Het was bitter koud op zee, en onder de toch door wind en weer geharde visschers werd zeer geleden. Menigeen hield het niet uit en moest ziek aan den wal worden gebracht.
Niet minder dan acht tijden — uit den aard der zaak kan het bergingswerk alleen bij hoog getij plaats hebben — duurde deze arbeid. Er kwam niet de minste beweging in den kolos, in weerwil van het overboord werpen van 700 á 800 ton maïs. Het schip zelf leed veel; zware ijzeren nagels bogen als veertjes krom; af en toe hoorde men doffe geluiden als het schieten van infanterie. Ongeveer 60 ton van de lading kon worden geborgen: toen moest men het, werk staken. Daar de zee en de sterke stroom alle verbindingen afknapte. Uren en uren zaten daar in kleine open bootjes de menschen van wier vaartuigjes zelve ook tuigage en ander gerief wegsloeg en die nu en dan door de heen en weer varende "Assistent" en een stoombotter werden afgelost.
Zaterdagmiddag gelukte het acht sleepboten t.w. de "Jacob van Heemskerk", de "Zeeland", de "Gelderland", de "Friesland", de "Brabant", de "Cyclop" en de "Nestor". de "Heferö" vlot te krijgen. Deze acht booten hadden gezamenlijk een capaciteit van 7400 PK. De Noor had tamelijk erge averij en werd naar IJmuiden gesleept. In totaal waren voor het afbrengen 170 man nodig voor zover zij zich niet aan boord van de acht sleepboten bevonden moesten zij zien met hun vletten, waarvan er verscheidene beschadigd waren, door het in en bij de haven van Nieuwediep zich bevindende ijs te scharrelen en zo hun haard en huis weer op te zoeken. Van de lading mais is slechts 70 ton geborgen, het grootste deel moest zoals wij zagen overboord geworpen worden.