Location: Home > A-D > Cyclop 1919 - 1926 > 1924Berging Alesia

1924Berging Alesia

Berging van de Alesia.

Een week die de Nederlandse bergings-maatschappijen heugen. Binnen enkele dagen twee kolossale schepen, die, op den zelfden dag gestrand, bijna een half jaar op het droge zaten, na elkaar vlot gebracht: eergisteren de "Jeremiade"(geen gegevens) bij Terschelling, en in de ochtend (6 juni 1924) de "Alesia"(1896 – 5.144 Brt.) bij Texel.

Bijna zes maanden zat de "Alesia" hoog op het strand, bijkans tegen de duinen aan; vanmorgen om 10 uur zette zij in volle Noordzee, als een normaal schip, koers naar Nieuwe Diep.

Enkele bijzonderheden over deze merkwaardige berging laten wij hier volgen.
Na den oorlog werd de "Alesia" door Duitsland aan Engeland uitgeleverd en in dienst gesteld van de Peninsular and Oriental Steamship Cy. Het schip werd in 1896 te Flensburg gebouwd, meet 5144 bruto registerton en heeft ongeveer 8000 ton laadvermogen; zij is voorzien van twee overlappende schroeven.

Op 18 December van het vorige jaar (1923) was de "Alesia" — zonder stoom op en met afgekoppelde schroeven op weg naar Bremen -Duitsland om daar gesloopt te worden. Tijdens een storm brak de sleeptros van de Duitse sleepboot "Heheweg", en overgeleverd aan de elementen, sloeg de "Alesia", even bezuiden de Koog op het strand.

Met de reddingsboot werd de bemanning van boord gehaald; deze bestond uit den Engelschen kapitein Beck en enige Duitsche runners.

Nu zijn er wel meer schepen van deze grootte op de Nederlandsche kust gestrand en later weer vlot gebracht, b.v. de "Solo"(1899 – 3.553 Brt.) van den Rotterdamschen Lloyd, benoorden den Waterweg en later de "Mirfak"(1918 – 1.360 Brt.) van Nievelt Goudriaan & Co., benoorden Noordwijk.

Maar dit waren geladen schepen en door het lossen van een gedeelte der lading kon men deze dus aanmerkelijk lichten. De "Alesia" was echter geheel leeg en bovendien de ketels en machines waren volgens Engelsche deskundigen in zodanigen toestand, dat er zelfs niet aan gedacht kon worden, deze weer in bruikbaren staat te brengen.

Door deze laatste omstandigheid moest men een van de krachtigste hulpmiddelen voor het vlotbrengen, de beide scheepsschroeven te laten werken, missen.

Althans, zoo scheen het.
 
De firma Dros-Doeksen, in combinatie met het Bureau Wijsmuller, heeft het aangedurfd deze berging op zich te nemen en ze zijn er ook in geslaagd haar tot een goed einde te brengen, tegen deskundige verwachting in.

De bergingswerkzaamheden aan boord stonden onder leiding van den salvage-chef van het bureau Wijsmuller, den heer A. Sievertsen.
Men is begonnen met het uitbrengen van zware staaldraden, ter dikte van een arm en ruim zeshonderd meter lang. Hieraan werden "gekatte" ankers bevestigd. Deze staaldraden werden op het achterschip vastgezet.
Voor van den bak werd een dergelijke zware tros in de duinen verankerd. Zoo gelukte het, dag na dag, voet bij voet en meter na meter, de "Alesia" dwars te trekken, met den achtersteven naar zee en den kop naar de duinen.

De Kon. Hollandsche Lloyd stond een van haar bekwaamste machinisten, den heer N. J. Slemmer, af. Deze is er na weken hard zwoegen in geslaagd, den hopeloozen warboel in de machinekamer en het ketelruim te transformeren in een dubbel stel regelmatig en zeker werkende scheepsmachines.

Nu was het mogelijk geworden, met de schroeven zand weg te malen.
Nog zat het schip vast. Er werd begonnen — het was de eerste proefneming van deze soort - om het heele schip een houten schutting van damplanken te zetten. Hierbinnen werd zand weggegraven, en de rest kon men aan den vloedstroom overlaten. Langzaam schuurde de "Alesia" zich zelf een dok; duim voor duim werd het schip met zware lijnen naar zee getrokken.

Na 6 maanden ploeteren zou eindelijk, op Woensdag 4 Juni, de groote poging gewaagd worden. Gerekwireerd waren de volgende sleepbooten; "Texel" en "Volharding" van de firma Dros-Doeksen en de "Cyclop", "Drente" en de "Assistent" met den stoomblazer "Dolphyn" van het Bureau Wijsmuller.
Deze laatste zou, wegens zijn geringe diepgang, het anker opvisschen en den sleeptros aan de ankerkabels vastmaken.

Helaas kwam de verbinding niet tijdig genoeg tot stand, en het goede getij ging — zij het dan ook niet geheel ongebruikt - voorbij. Men kon een uurtje trekken en bracht de "Alesia" ruim 53 meter zeewaarts.

Ook Donderdag — er kwam toen weinig hoog water - moest men zich met 32 en 25 meter tevreden stellen. Eindelijk, vrijdagmorgen om 8 uur, slaagden de "Texel", "Volharding", "Cyclop", "Drente" en de "Assistent" er in de "Alesia" tusschen twee banken in diep water te krijgen. Inmiddels was de "Nestor" van Wijsmuller nog uit IJmuiden aangekomen: gezamenlijk slaagde men er in, om 10 uur de buitenste banken te passeeren, en het afbrengen was volbracht.

De beide booten van Dros—Doeksen gingen weer naar Terschelling, en de andere begeleidden de "Alesia" naar Nieuwediep.

Een kranig staaltje van volharding en taai doorzetten is hier vertoond.