Location: Home > A_D > Brabant 1982 - 2005 > Geschiedenis

Geschiedenis

Nade eerste serie van vier schepen van de Groningen klasse werd bij Tille Scheepsbouw de opdracht gegeven voor de bouw van nog vier schepen.

Naar aanleiding van de ervaringen opgedaan met de eerste schepen werden enkele aanpassingen doorgevoerd.

Met name het stuurhuis werd aangepast, het grote raam van de vloer tot het dak achter, een novum in die tijd en de consoles, werd gekozen voor twee consoles waartussen de schipper kon staan, zitten.

Ook verdwenen de brugvleugels o.a. gelet op het mogelijke werk in Libië waar de schepen ook met slecht weer langszij van de te assisteren schepen moesten komen o.a. voor het overbrengen van de loodsen en ook voor een beter uitzicht naar de zijde.

Had de eerste serie sleepboten lieren van het merk Norwinch,voor de tweede serie werd gekozen voor het fabricaat Brattvaag. Op basis van de ervaringen werden de lieren krachtiger en sneller.

De voor beting, met de mogelijkheid voor de zogenaamde nekslag, verdween en daarvoor in de plaats kwam een geleideoog.

De kiel voor de "Brabant" werd op 14 september 1981 gelegd.

De "Brabant" werd op 10 maart 1982 te water gelaten bij de werf van Tille Scheepsbouw B.V. te Kootstertille.

Op 7 mei 1982 werd de "Brabant" door de werf over gedragen aan Bureau Wijsmuller.

Toen Dos-bouw (de gezamenlijke uitvoerders van het Oosterschelde project) in 1981 op zoek waren naar twee sleepboten, die de grote werkschepen konden gaan assisteren, viel hun oog op het nieuwe type sleepboot, dat toen pas in de havendienst bij Goedkoop was ingezet. Met name de manoeuvreerbaarheid, de trekkracht en de geringe diepgang vormden voor Dos-bouw aanleiding dit type sleepboot uiteindelijk in te huren.

Het werden de "Zeeland" en de "Brabant" die in mei 1982 onder tweejarig contract kwamen. Twee jaar was nl. de periode die benodigd was voor het plaatsen van de pijlers voor de stormvloedkering en de daaraan voorafgaande voorbereidingen.

Tijdens de bouw van de "Brabant" werd, ten behoeve van het koppelen van de draden bij de DOS-bouw werkzaamheden een hydraulische kraan geplaatst en kwam er een open achterschip, een hekrol en een zware plaat op een rubber fundering op het achterdek. Ook de binnen verschansing werd aanmerkelijk zwaarder uitgevoerd dit om te voldoen aan de gestelde eisen in het contract.

Na oplevering kwam de "Brabant" meteen in charter voor de aannemerscombinatie DOS-Bouw.

Op 1 juni 1982 begon de "Brabant" aan haar werkzaamheden bij de bouw van de Oosterschelde dam, op de boeg van de "Brabant" werd alsnog de naam aangebracht, dit om de vrijwel identieke "Brabant" en "Zeeland" makkelijker te kunnen onderscheiden.

In 1983 werd de "Brabant" voorzien van een sterkere sleepwinch, de trekkracht werd hierdoor opgevoerd naar 50 ton.

Met de plaatsing van de laatste pijler voor de stormvloedkering in de Oosterschelde is begin oktober 1984 een einde gekomen aan de deelname van Bureau Wijsmuller aan het grootschalige waterbouwkundig project.

Gedurende een periode van ruim twee jaar hebben de sleepboten "Zeeland" en "Brabant" de diverse werkschepen geassisteerd bij hun werkzaamheden.

Werkschepen.

Dos-bouw had voor die werkzaamheden een aantal zeer bijzondere werkschepen laten bouwen, die allen een specifieke taak moesten verrichten.

Zo moest door een van de schepen, de "Mytilus", de bodem worden verstevigd, daar anders de pijlers in de loop van de tijd weg zouden kunnen zakken.

Een ander werkschip, de "Macoma", zoog de bodem schoon, waarna door een derde schip, de "Cardium", een speciale, 30 cm dikke fundering mat over de bodem werd uitgerold.

Vlak voor de uiteindelijke pijlerplaatsing, die werd uitgevoerd door het hefschip "Ostrea", werden de laatste "stofjes" nog eens door de "Macoma" weggezogen.

Verankering.

Tijdens al deze werkzaamheden moesten de schepen exact in positie of op koers gehouden worden. Hiervoor werden zij veelal verankerd op speciale ankerpontons. Het uit ankeren van de schepen werd gedaan door de "Zeeland" en "Brabant".

De sleepboten moesten de verankeringsdraden uitvaren naar de anker pontons, waarop zij vervolgens door de bemanning werden vastgekoppeld.

Als het werkschip klaar was met haar werkzaamheden, moesten de draden weer losgekoppeld en ingehaald worden.

De sleepboten hadden tot taak de draden strak te houden om beschadiging van de op de bodem liggende fundering mat te voorkomen.

Behalve dit verankeringswerk deden de sleepboten ook het normale sleepwerk van bakken en pontons etc.

Met het plaatsen van de 65e pijler kwam er een einde aan de werkzaamheden van de werkschepen en dientengevolge ook van de "Zeeland" en "Brabant".

Na beëindiging van het contract in 1984, keerde de "Brabant" terug naar de haven van IJmuiden waar zij ingebracht werd bij Goedkoop Havensleepdiensten B.V. En kwam te varen onder nummer 36.

Dos-bouw begon in 1985 met het aanbrengen van de schuiven tussen de pijlers van de Oosterschelde dam, die bij storm neergelaten kunnen worden.

Bovendien zullen tussen de pijlers brugdelen worden aangebracht alsook zo genaamde dorpel balken, die onder water de pijlers zullen gaan verbinden.
 
Voor het plaatsen van deze dorpelbalken werden begin 1985 gedurende enige weken proeven genomen, waarbij de "Brabant" ook werd ingezet.

De "Brabant" assisteerde een drijvende bok, die de balken ging plaatsen.

Na afloop van deze proeven keerde de "Brabant" weer terug in de haven van IJmuiden.

20 mei 1985 werd de Nederlandse coaster "Drakkar"(1961 – 397 Brt.) na een aanvaring met de Katwijker kotter "KW 63 Doggersbank" door de bemanning op het strand van Wijk aan Zee gezet om zinken te voorkomen.

Na een provisorische reparatie werd de "Drakkar" door de "Brabant" en de "Dorethea M. Goedkoop" vlot gebracht en afgeleverd in de haven van IJmuiden.

25 juli 1985 vertrok de "Brabant" uit IJmuiden om assistentie te verlenen aan een tanker die 13 mijl Noord West van IJmuiden in moeilijkheden verkeerde (naam tanker niet bekend, afloop niet bekend).

In 1988 is de "Brabant" een van de sleepboten die een booreiland naar IJmuiden sleepten.

Januari 1990 werd de "Brabant" in charter genomen door de Noorse rederij Johannes Østensjø d.y. te Haugesund.

Wijsmuller Holding B.V. heeft een belang van 25% in deze rederij.

De "Brabant" werd door Johannes Østensjø d.y. onder de naam "Ajax" in bedrijf genomen.

Het charter contact van de "Brabant" werd in november 1999 beëindigd en de "Brabant" arriveerde op 3 november 1999 in de haven van IJmuiden.

Na weer in de Wijsmuller kleuren te zijn geverfd en opnieuw uitgerust, werd de  "Brabant" toegevoegd aan de havendienst van Wijsmuller Amsterdam Havensleepdiensten B.V.

26 februari 2002 kwam de "Brabant", tijdens het vastmaken van de Zweedse auto-carrier "Autorunner", met haar stuurboord achterschip in contact met de boeg van de "Autorunner" waardoor de "Brabant" dwars voor de boeg raakte.

Vervolgens werd de "Brabant" omgeduwd, waarbij het water zelfs tot in de stuurhut kwam. Aan de stuurboordzijde van de "Autorunner" kwam de "Brabant" vervolgens weer overeind.
De "Brabant" kon nog op eigen kracht terug varen naar de Wijsmuller steiger, met de "Groningen" standby, wel maakte de "Brabant" al slagzij als gevolg van de schade onder de waterlijn.

Bij de Wijsmuller steiger is vervolgens de "Simson" begonnen met pompen totdat personeel van de bergings afdeling aanwezig was om verdere schade te voorkomen.

Door de "Zeeland" is de "Brabant" naar het dok versleept voor herstel van de schade.

Svitzer Wijsmuller maakte op 7 juni 2005 bekend Lisbon Tugs S.A. in Portugal te hebben overgenomen.

Met 8 sleepboten is Lisbon Tugs, Companhia de Rebocadores de Lisboa S.A. de grootste sleepdienst in de haven van Lissabon - Portugal.

Als gevolg van deze aankoop vertrokken op vrijdag 10 juni 2005 de "Brabant", gesleept door de "Groningen" naar Portugal.

De "Brabant" en "Groningen" arriveerden op 14 juni 2005 op de rede van Lissabon - Portugal waar ze gaande moesten houden in afwachting van een loods.

Op woensdag 15 juni kwam om 10.00 uur de loods aan boord en konden de "Brabant" en "Groningen" hun nieuwe thuishaven binnen lopen.

De "Brabant" en "Groningen" zullen onder de Portugese vlag worden gebracht.

"Brabant" en "Groningen"
De "Astra Sea" werd vervolgens gestabiliseerd en het onderwaterschip door duikers geïnspecteerd. Hierna werd zij naar Lissabon gesleept en overgedragen aan de eigenaren.

Half juli 2005 werden de "Brabant" en "Groningen" voor het eerst ingezet voor het vlot brengen van een vastgelopen (vracht)schip de "Astra Sea"(1980 – 9.240 Brt.) in de haveningang van de Portugese hoofdstad.

Op 12 september 2005 werd de "Brabant" onder de vlag van Portugal gebracht en herdoopt in "Svitzer Lisboa".