Location: Home > E-G > Gelderland 1921 - 1927 > Geschiedenis

Geschiedenis

Deopdracht tot bouw van de sleepboot "Gelderland" (en haar zusterschip "Brabant"), werd gegeven op 18 april 1919.

28 juli 1920
de scheepswerf  Jonker en Stans te Hendrik-ldo.Ambacht heeft met goed gevolg te water gelaten het stalen casco van een zeesleepboot in aanbouw voor Bureau Wijsmuller, Scheepvaart- Transport en Zeesleepvaart Maatschappij te 's Gravenhage. Deze zeesleepboot, een zusterschip van de voor enige maanden geleden in de vaart gebrachte sleepboot "Brabant", wordt onder de naam "Gelderland" aan de vloot van zeesleepboten van Bureau Wijsmuller toegevoegd.

1921

De tewaterlating van de "Gelderland" vond plaats op 28 juli 1920.

11 februari 1921 vertrok de "Gelderland" vanuit Schiedam naar Rotterdam.

Half februari 1921 lag de "Gelderland" in de haven te Rotterdam.

Zeesleepboot „Gelderland".
Den 19den Februari 1921 vond op de rivier de Maas de proeftocht plaats van de zeesleepboot „Gelderland", voor rekening van Bureau Wijsmuller's Scheepvaart-, Transport& Zeesleep vaart-Mij. te 's-Gravenhage, gebouwd bij de firma Jonker & Stans te Hendrik-Ido-Ambacht.
De hoofdafmetingen dezer sleepboot zijn: 46.50 M. over alles, 44 M. tusschen de loodlijnen, 8.25 M. breed en 4.30 M. hol, met een bruto-tonnage van 450 ton en een bunkerinhoud van 425 ton.
De machine-installatie van 1200 I.P.K., geleverd door de machinefabriek Delftshaven en de ketels van de Alblasserdamsche Machinefabriek, alsmede de hulpwerktuigen als stoom-ankermachine, stoom-stuurmachineentwee van elkander werkende stoomtrossenlieren, geleverd door de firma Smit & Croll te Kinderdijk, voldeden alle aan de allerhoogste eischen en werd op den gemeten afstand een behouden snelheid geloopen van ruim ID/4 mijl.
De „Gelderland" vertrok met den baggermolen „Amsterdam" en een geladen bak van 300 M3. op sleeptouw naar Belawan-Deli (Nederl. Oost-Indië). (N. R. Ct.)

Zaterdag 19 februari 1921 vond op de rivier de Maas de proeftocht plaats van de nieuwe Nederlandse zeesleepboot "Gelderland", voor rekening van Bureau Wijsmuller's Scheepvaart-, Transport- en Zeesleepvaart Mij. te 's-Gravenhage, gebouwd bij de firma Jonker en Stans te Hendrik-Ido-Ambacht.
24 Februari 1921 vertrok de "Gelderland" onder commando van kapitein Groeneweg met de Baggermolen "Amsterdam" en de onderlosser "N.H.W. 26"(in deze onderlosser bevond zich nog een onderlosser, die gedemonteerd was) vanuit IJmuiden naar Belawan Deli - Nederlands Indië Het materiaal was bestemd voor de maatschappij Grotius.

Donderdagmorgen 3 maart 1921 passeerde het transport Kaap Finisterre.  En 9 maart 1921 was de "Gelderland" dwars van Gibraltar.

12 maart 1921 liep de "Gelderland" binnen te Algiers – Algerije voor bunkers en proviand.
 
Op 30 maart arriveerde de "Gelderland" met haar sleep op de rede van Port Said – Egypte.

21 Mei 1921 arriveerde de "Gelderland" in de haven van Belawan, Nederlands Indië met de Baggermolen "Amsterdam" en de onderlosser "N.H.W. 26" op sleeptouw.  Tijdens deze sleepreis werd gebunkerd in Algiers – Algerije, Port Said – Egypte en in Aden.

9 juli 1921 vertrok de "Gelderland" vanuit Port Said - Egypte op de thuisreis naar Rotterdam.

Op 13 augustus 1921 vertrok de "Gelderland" vanuit Rotterdam naar de positie van het Spaanse vrachtschip "Artiz-Mendi"(1920 – 5.754 Brt.) ter hoogte van Vigo – Spanje.

De "Artiz-Mendi" was onderweg vanuit Buenos Aires - Brazilië, naar Hull - Engeland, maar had haar roer verloren. De "Gelderland" maakte de "Artiz-Mendi" vast en versleepte deze naar Hull – Engeland waar het transport op 25 augustus 1921 arriveerde.

De "Gelderland" arriveert op 21 oktober 1921 in de haven van Hull – Engeland en vertrok op 22 oktober 1921 vanuit Hull – Engeland, met het zeilschip "Bellpool"(1904 – 1.913 Brt.) op sleeptouw, naar Räfsö – Kyrkslätt - Finland.

Op de Zuiderhaaksgronden was op l december 1921 het Noorse vrachtschip "Huftero"(1921 – 5.489 Brt.) gestrand. De "Jacob van Heemskerck", de "Zeeland", de "Cyclop" en de "Assistent" hebben vastgemaakt om te trachten het schip vlot te brengen.

De "Friesland" vanuit IJmuiden en de "Gelderland" vanuit Rotterdam zijn mede ter assistentie aangekomen. Later op de dag heeft de "Assistent" de lichter "Albatros" uit Den Helder gehaald om lading van de "Huftero", die nog niet vlot was gekomen, over te nemen. 3 December lukte het om de "Huftero" vlot te brengen en af te slepen naar IJmuiden. Het bergingsloon bedroeg 250.000,-- gulden.

Op 12 december 1921 vertrok de "Gelderland" met het zeilschip "Fortuna"(1893 – 1.829 Brt.) vanuit Falmouth - Engeland, naar Brake - Duitsland.

In de nacht van 23 december 1921 loopt met hout geladen Zweedse vrachtboot "Dicido"(1903 – 1.478 Brt.) op de Zuidpier. Om zinken te voorkomen werd de "Dicido", die aan stuurboordzijde een aantal gaten heeft opgelopen waardoor ook de machinekamer was volgelopen, aan de binnenzijde van de Zuidpier aan de grond gezet. Na onderhandelingen verkrijgt Bureau Wijsmuller een bergingscontract.
Tijdens de berging werd er veel slecht weer ondervonden waardoor het lossen van de lading hout en het dichten van de gaten veel tegenslag ondervind.

1922

Dinsdagavond 3 januari 1922 vertrok de "Jacob van Heemskerck" naar het lichtschip "Terschellingerbank", dat van de ankers was geslagen en naar de Terschellingergronden dreef. Met veel moeite wist de "Jacob van Heemskerk" vast te maken, maar op 4 januari brak de sleeptros en de "Jacob van Heemskerck" liep door het slechte weer schade op aan de brug.

De "Gelderland" vertrok op 4 januari 1922 naar de positie van de Jacob van Heemskerck" en de "Terschellingerbank" en heeft daar alsnog het lichtschip vastgemaakt en in de haven van Den Helder afgeleverd. Het bergingsloon bedroeg 62.000,-- gulden.

Op 7 januari 1922 lukte het de "Simson", "Limburg", "Junior", en de "Gelderland" om de "Dicido" vlot te brengen en, terwijl de "Titan" als pompboot fungeerde, naar de toeristensteiger te verslepen. Voor voorlopig herstel van de schade werd de "Dicido" naar Amsterdam versleept.

Het bergingsloon voor de "Dicido"  bedroeg 40.000,-- gulden.

Op 13 januari 1922 arriveert de "Gelderland" vanuit IJmuiden op de Nieuwe Waterweg.

Woensdag 7 juni 1922 vertrok de "Gelderland", kapitein Jansen, vanuit IJmuiden naar Emden - Duitsland.

9 Juni 1922 vertrokken de "Gelderland" en de "Willem Barendsz" met het droogdok "MOP" vanuit Emden - Duitsland, met als bestemming Buenos Aires - Argentinië

Op 22 juli 1922 verliet de "Gelderland" het transport om te gaan bunkeren in St. Vincent Kaapverdische eilanden.

Na terugkeer van de "Gelderland" was het de beurt van de "Willem Barendsz" om te gaan bunkeren in St. Vincent Kaapverdische eilanden, waarna het transport op 23 juli 1922 St. Vincent Kaapverdische eilanden, passeerde.

21 augustus 1922 arriveerde het transport van de "Gelderland" en de "Willem Barendsz" met het droogdok "MOP" vanuit Emden – Duitsland in de haven van Bahia – Brazilië voor bunkers en proviand. Op 26 augustus werd de sleepreis van de "Gelderland" en de "Willem Barendsz" met het droogdok "MOP" vervolgd.

De "Gelderland" en de "Willem Barendsz" met het droogdok "MOP" vanuit Emden – Duitsland op sleeptouw arriveerden op 21 september 1922 in de haven van Buenos Aires – Argentinië

Op 15 oktober 1922 onderzochten de "Gelderland" en de "Willem Barendsz" of het mogelijk was om het op 60 mijl ten Zuiden van Rio Grande do Sul – Brazilië gestrande vrachtschip "Rovigno"(1902 – 3.618 Brt.), dat was geladen met hout, te bergen.

De "Gelderland" en de "Willem Barendsz" arriveerden op 31 oktober 1922 in de haven van St. Vincente Kaapverdische Eilanden. Waarna dat gebunkerd was de reis naar Rotterdam op 2 november 1922 werd vervolgd.

16 november 1922 arriveerden de "Gelderland" en de "Willem Barendsz" op de Nieuwe Waterweg.

Vanuit de Nieuwe Waterweg vertrokken de "Gelderland" en de "Zeeland" op 20 november 1922 naar Portsmouth – Engeland.

De "Gelderland" en de "Zeeland" vertrokken op 23 november 1922 vanuit Portsmouth – Engeland naar Bremen – Duitsland met het oorlogsschip "Zeelandia"(16.000 ton verder geen gegevens) op sleeptouw.

De "Gelderland" en de "Zeeland" arriveerden op 2 of 3 december 1922 met het oorlogsschip "Zeelandia" op sleeptouw in de haven van Bremen – Duitsland.

Vanuit Rotterdam vertrok de "Gelderland" midden december 1922 naar de haven van Brest – Frankrijk.

De "Gelderland" arriveerde op 19 december in de haven van Brest – Frankrijk.

Vanuit de haven van Brest – Frankrijk vertrok de "Gelderland" op 24 december 1922 naar Wilhelmshaven – Duitsland met het vrachtschip "General Baratier"(1918 – 2.114 Brt.) op sleeptouw.

1923

Op 5 januari 1923 arriveert de "Gelderland" weer in de haven van Brest – Frankrijk.

De "Gelderland" vertrok omstreeks 10 januari 1923 vanuit Brest – Frankrijk naar Wilhelmshaven met het vrachtschip "Soissons"(1918 – 2.114 Brt.) op sleeptouw.

17 januari 1923 arriveert de "Gelderland" vanuit Wilhelmshaven – Duitsland in de haven van Maassluis.

De "Gelderland" vertrok op 1 februari 1923 vanuit Brest - Frankrijk, naar Wilhelmshaven - Duitsland, met de schoener "Verete"(geen gegevens) op sleeptouw.

Op 7 februari 1923 arriveert de "Gelderland" met de schoener "Verete" op sleeptouw vanuit Brest – Duitsland in de haven van Wilhelmshaven – Duitsland.

De "Gelderland" arriveert op 9 februari 1923 vanuit Duitsland op de Nieuwe Waterweg.

De "Gelderland" en de "Friesland" vertrekken op 12 februari 1923 vanuit Rotterdam naar Falmouth - Engeland, om daar een sloopschip op te halen.

De "Gelderland" en de "Friesland" vertrekken op 16 februari 1923 vanuit Falmouth - Engeland, met het uitgebrande passagiers/vrachtschip "Prinz Hubertus"(1904 – 7.523 Brt.) op sleeptouw naar Hamburg - Duitsland.

Zaterdag 24 februari 1923 strand het passagiers/vrachtschip "Prinz Hubertus", dat door de "Gelderland" en de "Friesland" werd versleept vanuit Falmouth - Engeland, naar Hamburg – Duitsland nabij Brunsbüttelkoog - Duitsland, na het breken van de sleeptrossen door de ijsgang op de Elbe.

Dinsdag 27 februari 1923 werd de "Prinz Hubertus", door de "Gelderland" en de "Friesland" afgeleverd bij de scheepssloper in Hamburg - Duitsland.

3 maart arriveert de "Gelderland" vanuit Hamburg – Duitsland op de Nieuwe Waterweg.

Vanaf de Gusto werf te Schiedam vertrok op 28 april 1923 de "Gelderland", onder kapitein Dirk Spruijt, met de drijvende kraan "Toba" met een hefvermogen van 150 ton. De "Gelderland" versleept de kraan naar Porto Militar Bahia Blanca - Argentinië. Kapitein Dirk Spruyt.

26 mei 1923 arriveert de "Gelderland", onderweg naar Argentinië, in de haven van   St. Vincent - Kaapverdische Eilanden, voor bunkers.

Op 30 mei 1923 vervolgt de "Gelderland" haar sleepreis met de 150-tons kraan "Toba" vanuit St. Vincent - Kaapverdische Eilanden, naar Argentinië

Tegen het einde van de maand juni, in de nabijheid van Rio de Janeiro – Brazilië werd de "Gelderland" overvallen door een vliegende storm (Pompero), welke goed werd doorstaan.
 
Begin juli 1923 werd de "Gelderland" te Rio de Janeiro - Brazilië, gebunkerd en moesten er reparaties worden uitgevoerd aan de drijvende kraan "Toba", kosten ongeveer 9000 Milreis. Waarna op 10 juli 1923 de reis met de kraan "Toba" naar Porto Militar Bahia Blanca - Argentinië, werd vervolgd.

In de nacht van 20 op 21 juli 1923 werd de "Gelderland" overvallen door een hevige cycloon ter hoogte van Rio Grande do Sul – Argentinië. Bij deze gelegenheid brak de sleeptros, raakte de kraan "Toba" uit koers en dreef naar het oosten af. Na verscheidene dagen zoeken seinde kapitein Dirk Spruijt dat het hem nog niet gelukt was de kraan "Toba" te vinden. Hierop zijn op verzoek van de assuradeuren door de Argentijnse marine enige oorlogsschepen en een marinesleepboot uitgezonden om te zoeken naar de kraan. Na vijf dagen onafgebroken zoeken, vond kapitein Spruyt tegen de avond van de zesde dag de kraan terug. Aan boord van de kraan was alles wel, zowel met de vijf runners als de kraan zelf.

Op 3 augustus 1923 arriveerde de "Gelderland" met de kraan "Toba" in de haven van Montevideo - Uruguay.

De "Gelderland" arriveerde op 12 augustus 1923 in de haven van Porto Militar Bahia Blanca - Argentinië, met de 150-tons kraan "Toba" op sleeptouw.

De "Gelderland" vertrok op 20 september 1923, na gebunkerd te hebben vanuit de haven van St. Vincent – Kaapverdische Eilanden naar de Azoren.

De "Gelderland" passeert op 28 september 1923 de Azoren onderweg naar Rotterdam.

1924

27 oktober 1924 vertrok de "Gelderland" vanuit de Nieuwe Waterweg naar Vigo – Spanje om daar op station te gaan.

Het Zweedse stoomschip "Atlantic" onderweg vanuit Gothenburg – Zweden naar Durban – Zuid Afrika was op 9 december 1924 de haven van Lwassabon – Portugal binnen gelopen met verlies van de fokkenmast en een gedeelte van de deklast. Bovendien heeft de "Atlantic" schade aan de schroefas. De "Gelderland" die op station in de haven Vigo – Spanje ligt, zal de "Atlantic" vanuit Lissabon – Portugal naar Southampton – Engeland of Rotterdam slepen,voor reparaties

16 December 1924 bracht de "Gelderland", samen met de "Zeeland", het Engelse stoomschip "Promus"(1918 – 4.816 Brt.) vlot van de Zuiderhaaks.

Op 26 december 1924 arriveerden de "Gelderland" en de "Zeeland" vanuit Nieuwediep op de Nieuwe Waterweg.

1925

De "Gelderland" arriveerde op 3 januari 1925 vanuit de Nieuwe Waterweg in IJmuiden.

De "Gelderland" vertrok 7 januari 1925 vanuit IJmuiden naar Nieuwediep om vandaar uit het lichtschip "Haaks" weer op haar vaste positie te brengen. Daarna zal de "Gelderland" het lichtschip "Terschellingerbank" vast maken en naar Nieuwediep slepen.

Vanuit Nieuwediep arriveert de "Gelderland" op 8 januari 1925 in IJmuiden om daar op station te gaan.

10 januari 1925 arriveerde de "Gelderland" vanuit IJmuiden op de Nieuwe Waterweg.

De "Gelderland" vertrok op 13 januari 1925 vanuit Maassluis naar Vigo – Spanje om daar op station te gaan.

De "Gelderland" heeft op 26 februari 1925  het Portugese stoomschip "Sado" dat tijdens vliegend stormweer bij de Spaanse kust rond dreef op 42.26 Noord en 0.15 West, de haven van Vigo – Spanje binnen gebracht.

De "Gelderland" vertrok op 9 april vanuit Vigo – Spanje naar Bilbao – Spanje.

Vanuit de haven van Bilbao - Spanje vertrok op 15 april 1925 de "Gelderland" met het stoomschip "Sevilla"(1919 – 3.545 Brt. (vermoedelijk)) op sleeptouw naar Lissabon - Portugal.

Vanuit de haven van Bilbao – Spanje arriveert de "Gelderland" met het stoomschip "Sevilla" op sleeptouw op 21 april 1925 in de haven van Lissabon – Portugal.

De "Gelderland" arriveert op 29 april 1925 vanuit Portugal in de haven van Vlaardingen.

Vanuit Gibraltar vertrok de "Gelderland" op 5 juni 1925 met 3 lichters op sleeptouw.

1926

12 Maart 1926 was het vrachtschip "Salatiga"(1920 – 7.650 Brt.) gestrand ter hoogte van Vlissingen. De "Gelderland", "Hector", "Brabant" en de "Friesland" brachten het weer vlot. Het bergingsloon bedroeg 1.000,-- gulden.

De "Gelderland" vertrok op 13 augustus 1926 naar Le Havre - Frankrijk, om vandaar uit 2 lichters te verslepen naar Philadelphia - Verenigde Staten.

Op 15 augustus 1926 vertrok de "Gelderland" met de lichters "Fougieres" en "Port de Rouën" op sleeptouw vanuit Le Havre - Frankrijk, naar  Philadelphia - Verenigde Staten.

De "Gelderland" met de lichters "Fougieres" en "Port de Rouën" op sleeptouw vanuit Le Havre - Frankrijk, naar  Philadelphia - Verenigde Staten arriveert op 20 augustus in de haven van Queenstown – Engeland om te schuilen voor slecht weer.

De "Gelderland" arriveert met de lichters "Fougieres" en "Port de Rouën" op sleeptouw op 24 september in de haven van Philadelphia - Verenigde Staten.

Vanuit de haven van Philadelphia – Verenigde Staten vertrok de "Gelderland" op 28 september naar Rotterdam.

De "Gelderland" arriveert op 19 oktober 1926 vanuit de haven van Preston - Engeland in de haven van Maassluis met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw.

Aan het gouden feest van het Noordzeekanaal (opening op 1 november 1876) op 1 november 1926 werd door een geheel versierde "Gelderland" deelgenomen. De "Gelderland" lag nabij de sluizen en was geheel versiert met elektrische lampen.

21 november 1926 vertrok de "Gelderland" vanuit Nieuwediep naar Hamburg - Duitsland, met het stoomschip "Charterhague"(1920 – 2568 Brt.) op sleeptouw.
De "Charterhague" word naar Hamburg - Duitsland, versleept wegens ketelschade.

Op 25 november 1926 arriveert de "Gelderland" met de "Charterhague" op sleeptouw in de haven van Hamburg - Duitsland.

Vanaf 26 november 1926 ligt de "Gelderland" op station in IJmuiden.

De "Brabant" betrekt vanaf midden december 1926 het bergings station in IJmuiden als vervanging van de "Gelderland" die in Vlaardingen werd uitgerust voor een sleepreis vanuit Hamburg – Duitsland naar Luderitz - Zuid Afrika.

22 december 1926 vertrok de "Gelderland" vanuit Hamburg - Duitsland, naar Lüderitz baai - Zuid-West Afrika. Met 2 lichters op sleeptouw

1927

14 Januari 1927 was de "Gelderland" vanuit Hamburg – Duitsland onderweg met 2 olietank lichters op sleeptouw naar Lüderitz baai - Zuid-West Afrika in de haven van Dakar - Senegal voor bunkers en proviand.

Op 16 januari 1927 vervolgt de "Gelderland" haar sleepreis naar Lüderitz baai - Zuid-West Afrika vanuit de haven van Dakar – Senegal.

10 februari 1927 arriveert de "Gelderland" met 2 olietank lichters op sleeptouw in Lüderitz baai - Zuid-West Afrika, vanuit Hamburg - Duitsland.

Na aflevering van de 2 olie tanklichters in  Lüderitz baai - Zuid-West Afrika zet de "Gelderland" weer koers naar Rotterdam. Op 2 maart 1927 werd er in Dakar – Senegal gebunkerd. Waarna de "Gelderland" op 4 maart weer koers zet naar Nederland waar ze op 17 maart 1927 arriveert in de haven van Vlaardingen.

Op 18 Mei 1927 vertrekken de "Gelderland" en de "Zeeland" naar Palermo - Italië om vandaar uit de Italiaanse tanker "Capena"(1923 – 5.937 Brt.), die machineschade heeft, naar Sheerness - Engeland, te slepen.

Op 25 mei 1927 passeren de "Gelderland" en de "Zeeland" Gibraltar, onderweg naar Palermo - Italië.

De "Gelderland" en de "Zeeland" leveren de "Capena" op 15 juni 1927 af in de haven van Sheernes – Engeland.

Vanaf de Nieuwe Waterweg vertrok de "Gelderland" op 21 juni 1927 naar Antwerpen - België.

Op 28 juni 1927 vertrok de "Gelderland" vanuit de haven van Antwerpen - België, naar Londen - Engeland, met 2 lichters de "Meeuw" en "Arend" op sleeptouw.

De "Gelderland" arriveert op 30 juni 1927 met 2 lichters vanuit Londen – Engeland in de haven van Antwerpen – België.

Vanuit Antwerpen – België vertrok de "Gelderland" op 3 juli 1927 met de lichters "Albatros" en "Frederika" op sleeptouw naar Londen – Engeland.

De "Gelderland" arriveert op 4 juli 1927 vanuit Antwerpen met de lichters "Albatros" en "Frederika" op sleeptouw in Londen – Engeland.

Op 8 juli 1927 arriveert de "Gelderland"  weer in Antwerpen – België vanuit Londen – Engeland met 2 lichters op sleeptouw.

Met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw arriveert de "Gelderland" op 11 juli 1927 vanuit Rotterdam in Hamburg - Duitsland.

Op 20 juli 1927 werd de tweede sluisdeur voor de Noordersluis door de "Gelderland", samen met de "Drente", de "Nestor" en de "Stentor", vanuit Rotterdam naar IJmuiden gesleept.

22 juli arriveert de "Gelderland" in de haven van Antwerpen – België vanuit Vlaardingen.

De "Gelderland" vertrok op 22 juli 1927 met de lichters "Albatros" en "Frederika" op sleeptouw naar Londen – Engeland.

De "Gelderland" arriveert op 26 juli 1927 vanuit Antwerpen met de lichters "Albatros" en "Frederika" op sleeptouw in Londen – Engeland.

Op 27 juli 1927 arriveert de "Gelderland"  weer in Antwerpen – België vanuit Londen – Engeland met 2 lichters op sleeptouw.

Op 1 augustus 1927 arriveert de "Gelderland"  weer in Antwerpen – België vanuit Londen – Engeland met 2 lichters op sleeptouw.

De "Gelderland" arriveert op 15 augustus 1927 vanuit Vlaardingen te Schiedam voor een dokbeurt.

In september 1927 werd de "Gelderland" overgenomen door L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst te Rotterdam als "Java Zee". Tot 1934 heeft de "Java Zee" voor deze maatschappij gevaren.

De Duitse tanker "Thalia"(1926 – 8.745 Brt.) kwam op 24 november 1927 vast te zitten op de Nieuwe Waterweg. De "Javazee" lukt het om de "Thalia" op 25 november weer vlot te brengen.

De "Java Zee" vertrok op 3 december 1927 vanuit Bremerhaven – Duitsland met de baggermolen "A.B. 16" en een bak op sleeptouw naar Rio Grande Do Sul – Brazilië.

1928

Op 15 januari 1928 werd door de "Java Zee" gebunkerd in Dakar – Senegal. Vanwaaruit de "Java Zee" haar sleepreis naar Rio Grande Do Sul – Brazilië op 16 januari 1928 vervolgt.

De "Java Zee" arriveert op 13 februari 1928 in de haven van Rio de Janeiro – Brazilië. En levert uiteindelijk op 23 februari 1928 haar sleep, de baggermolen "A.B. 16" en een bak, af in de haven van Rio Grande Do Sul – Brazilië.

Op 25 februari 1928 vertrok de "Java Zee" vanuit Rio Grande Do Sul – Brazilië naar Europa, hierbij zal de "Java Zee" nog bunkeren in de haven van St. Vincente op de Kaapverdische eilanden. Waar de "Java Zee" op 15 maart 1928 arriveert.

Op 20 juni 1928 vertrok de "Java Zee" vanuit Maassluis naar Engeland met 9 runners aan boord die in Engeland aan boord van het Singapore dok stappen.

Half oktober 1928 arriveert het transport, waar de "Java Zee" deel van uit maakte, met het Singapore dok op de rede van Singapore.

20 november 1928 arriveert de "Java Zee" vanuit Singapore op de rede van Suez – Egypte.

De "Java Zee" maakte in Ismailia – Egypte 2 lichters vast voor een sleepreis naar Huelva – Spanje.

Op 25 november vertrok de "Java Zee" met 2 lichters die ze heeft vastgemaakt nabij Ismailia – Egypte vanuit Port Said – Egypte naar Spanje.

20 december 1928 arriveert de "Java Zee" met 2 lichters op sleeptouw vanuit Ismailia – Egypte op de rede van Isla Christina – Huelva – Spanje.

1929

Met een veerboot op sleeptouw vertrok de "Java Zee" op 21 januari 1929 vanuit Rotterdam naar Buenos Aires Argentinië. Op 9 februari 1929 was de "Java Zee" voor bunkers in de haven van Dakar – Senegal.

De "Java Zee" vertrok op 9 april vanuit Cabimas – Venezuela met het op 31 augustus 1928 door brand beschadigde Deense vrachtschip "Josey"(1907 – 2.625 Brt.) naar Rotterdam. Op 25 mei 1929 arriveert de "Java Zee" met de "Josey" op sleeptouw in Rotterdam.

Augustus 1929 vertrok de "Java Zee" vanuit de haven van Lorient – Frankrijk met de Franse nieuwbouw kanonneerboot "Francis Garnier"(630 Brt.) naar Sjanghai – China. 11 september 1929 passeerde het transport het Suez kanaal. 17 oktober 1929 te Singapore

December 1929 maakte de "Java Zee" een sleepreis met twee bakken en een sleepbootje vanuit Hongkong naar Singapore. Op 3 december 1929 was er een tussenstop in Macau.

1930

De "Java Zee" vertrok augustus 1930 met een baggermolen op sleeptouw vanuit Rotterdam naar Montevideo – Uruguay.

1931

Op 17 januari 1931 verzoekt het Engelse vrachtschip "Ethelwolf"(1906 – 4.317 Brt.) dringend om assistentie ter hoogte van de Schouwense bank. De "Java Zee" en de Duitse sleepboot "Wotan" arriveren gelijktijdig op de positie van de "Ethelwolf" en maken deze vast. De "Ethelwolf" werd door de "Java Zee" en de "Wotan" naar Vlissingen gesleept.

Op 19 januari 1931 maakte de de "Java Zee" nabij het lichtschip "Maas" het Duitse vrachtschip "Wittkind"(1906 – 4.019 Brt.) vast nadat deze tijdens slecht weer beide ankers had verloren.

Juli 1931 maakte de "Java Zee" een sleepreis met de baggermolen "A.B. 16" vanuit Rio Grande do Sul – Brazilië naar Cherbourg – Frankrijk.

December 1931 maakte de "Java Zee" een sleepreis met de zuiger "A.B. 23" en de bak "A.B. 116" vanuit Bremerhaven – Duitsland naar Cherbourg – Frankrijk.

In mei 1934 werd de "Java Zee" verkocht aan de USSR, waar zij als thuishaven Odessa kreeg. De "Java Zee" werd hernoemd in "CHERNOMOR".

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de "CHERNOMOR" in 1943 tot zinken gebracht in de haven van Novorossijsk, USSR. Nadat de "CHERNOMOR" geborgen was, kwam zij na reparatie wederom in de vaart. De "CHERNOMOR" werd in 1960 gesloopt.