Location: Home > H-K > Hector 1922 - 1957 > Waarwas de Hector gebleven ?

Waarwas de Hector gebleven ?

In 1921 liet Bureau Wijsmuller twee identieke sleepboten bouwen, die de namen kregen "Hector" (2) en "Stentor" De sleepboten maten 175 ton en hadden een lengte van 29 meter.

In de machinekamers stonden triple-expansie stoommachines, die een vermogen leverden van 5OO pk.

De bouwkosten voor beide sleepboten waren gelijk 152.000,00 gulden.

De "Hector" werd in augustus 1922 in Den Helder gestationeerd en raakte in dat jaar betrokken hij een drietal bergingen, nl. het Italiaanse stoomschip "Africana", de Noorse 3 mast schoener "Britta" en het Duitse stoomschip "Christal Sailing". Daarna volgden er vele sleepreisjes op de Noord- en Oostzee. Aan het eind van de twintiger jaren kreeg de "Hector" met haar zusterschip "Stentor" IJmuiden als thuishaven.
 
Van daaruit nam de "Hector" deel aan een groot aantal hulpverleningen.
Bovendien werden, naast havendienst in IJmuiden, veel sleepreizen langs de Europese kust gemaakt.

Na het afkondigen van de mobilisatie op 31 augustus 1939 werd de "Hector" door de Koninklijke Marine gecharterd en in Den Helder gestationeerd.

De Marine betaalde voor het gebruik van het schip ƒl. 200,00 per dag.

In en buiten de haven van Den Helder werd allerlei sleepwerk uitgevoerd.

Op de avond van de 14e mei 1940 lag de "Hector" naast haar grote broer de "Utrecht" achter het havenkantoor op de Buiten haven (dit gebouw is gesloopt,
stond op de haven hij het Ankerpark) afgemeerd.

Tijdens het bombardement dat om 20.00 uur begon nam de bemanning de benen.

Toen die aanval was afgelopen bleek de "Hector" niet meer in de haven te liggen.

Het was echter ook niet gezonken. Waar het schip was gebleven bleef een raadsel dat pas maanden later werd opgelost.

In een Rode Kruis brief (van maximaal vijf en twintig woorden) die kapitein Maarten de Koe van de sleepboot "Amsterdam" eind 1940 vanuit Engeland naar zijn zwager en collega Hendrik van der Burg zond, stond o.a. 'onze kleine broer is hier, gezond en wel'.

Na het beëindigen van de oorlog werd bekend hoe de "Hector" in Engeland terecht was gekomen.

Tijdens het eerdergenoemde bombardement had een zestal officieren van Marine en Landmacht, die naar Engeland wilden oversteken, naar een klein schip gezocht.

Bij het havenkantoor lagen twee vaarklare sleepboten, de "Hector" en de "Utrecht". De bemanningen van beide schepen bleken echter niet meer aan boord te zijn.

Inmiddels hadden de genoemde officieren gezelschap gekregen van de directeur van de Helderse Zeevaartschool, de heer J. Middendorp. Gezamenlijk besloten zij de "Hector" – de kleinste – van de twee sleepboten voor hun vlucht te gebruiken.

De kapitein en de machinist van de "Hector" waren echter nergens te vinden zodat er niet gevaren kon worden.
(De kapitein was met een joodse landgenoot, die vanuit Den Helder naar Engeland wilde vluchten maar geen schip had kunnen vinden, in diens auto naar Amsterdam gereden. De volgende morgen was hij weer in zijn woonplaats IJmuiden).

Om 21.30 uur (er was nog steeds luchtalarm hoewel de bommenwerpers waren verdwenen) kwam een van de opvarenden van de sleepboot die geruime tijd in een schuilkelder had gezeten, weer aan boord. Het was de machinist/stoker Teun de Roeper die zich bereid verklaarde mee te gaan.

Met directeur Middendorp aan het roer en een marineofficier op de brug stoomde de "Hector" om 21.45 uur de haven uit en zette vervolgens koers naar het Schuipengat.

Buiten dat zeegat had de "Hector" een ontmoeting met een Engelse torpedobootjager, die de bemanning van de "Hector" aan boord nam. De Engelse commandant wilde de "Hector" aanvankelijk tot zinken brengen, maar kwam na hevig protest van Teun de Roeper op zijn beslissing terug. Hij liet de "Hector" die langszij lag losgooien waarna deze wegdreef.

Een paar uur daarna had de torpedobootjager nog een ontmoeting, ditmaal met de oude Nederlandse kanonneerboot "Hr. Ms. Gruno".

De "Hr. Ms. Gruno" een in 1911 gebouwd schip, behoorde bij het IJsselmeer flottielje van de Koninklijke Marine. Gedurende  de oorlogsdagen had het op het IJsselmeer geopereerd en was na de ontvangst van het bericht over de capitulatie via de sluizen in den Oever naar het Marsdiep ontsnapt, op weg naar een Engelse haven.

Na enig beraad tussen de Engelse en Nederlandse commandant gingen de vluchtelingen op de "Hr. Ms. Gruno" over, die daarop haar reis vervolgde. Nadat ze in in Engeland waren geëmbarkeerd, werden de militairen in diverse onderdelen van de Nederlandse Strijdkrachten opgenomen. Gedurende de oorlogsjaren heeft Teun de Roeper op de sleepboot "Amsterdam" gevaren.

Hoe ging het echter verder met de "Hector"?

Een patrouillerende Engelse torpedobootjager kreeg op 16 mei midden in de Noordzee de ronddrijven sleepboot in zicht. De commandant van die jager bedacht zich niet lang en zette enkele leden van zijn bemanning aan boord van de "Hector" die ze vervolgens in een Engelse haven afleverden.

De "Hector" heeft tot eind juli 1945, bemand met personeel van de Royale Navy onder de Engelse vlag gevaren.

Op 1 augustus 1945 werd de "Hector" aan de rechtmatige eigenaar Bureau Wijsmuller terug gegeven. Na een aantal sleepreisjes tussen Engeland en Zeeland met materiaal voor het zwaar getroffen Walcheren te hebben uitgevoerd kwam de "Hector" begin 1946 in IJmuiden terug.

Daarna volgde weer havendienst afgewisseld met kleine en grote sleepreizen.
Voor het ondergaan van reparaties en achterstallig onderhoud (gedurende de oorlog en de jaren daarna was de "Hector" zeer intensief gebruikt) ging de "Hector" naar de werf in Amsterdam.

Het duurde echter meer dan een jaar voordat de "Hector", volledig vernieuwd, opnieuw in de vaart kwam. (kosten ƒl. 245.816,59).

De "Hector" heeft daarna tot oktober 1957 met veel succes voor Wijsmuller gevaren en werd daarna naar Italië verkocht.

In 1974 ging de sleepboot over in Griekse handen. Drie jaar later in 1977 ging de toen vijfenvijftig jaar oude sleepboot naar de slopers.