Location: Home > T-Z > TitanII > Geschiedenis

Geschiedenis

<spanstyle="font-family: Tahoma;">Donderdagmorgen 9 september 1920 strandde het met ijzer geladen Amerikaanse vrachtschip "Lake Frugality"(1919 – 2.609 Brt.), dat van New York – Verenigde Staten op weg was naar Danzig, in het Westgat bij Den Helder. De "Assistent", "Cyclop" en "Titan" vertrokken voor assistentie, maar slaagden er niet in het schip vlot te brengen.

Men besloot een deel van de lading te lossen, waarna door de "Assistent", "Cyclop" en "Titan" een tweede poging werd gedaan die met succes bekroond werd.

De "Lake Frugality" werd Den Helder binnengebracht om de lading weer in te nemen.

1921

Op 14 januari 1921 kwamen, op de Noordzee, het Roemense vrachtschip "Milcovul"(1912 – 3.793 Brt.) en het Noorse zeilschip "Irene"(geen gegevens) met elkaar in aanvaring. De "Milcovul" kon op eigen kracht IJmuiden bereiken.
De "Simson" en de "Cyclop" zetten vanuit IJmuiden koers naar de positie van de "Irene". Deze was inmiddels op sleeptouw genomen door het Duitse vrachtschip "Marianne"(1901 – 959 Brt.). De "Cyclop" keerde weer terug naar IJmuiden en de "Simson" bleef bij het transport voor het geval dat er nog assistentie nodig was.

De sleepverbinding tussen de "Irene" en de "Marianne" brak al na korte tijd.
De "Irene" is later IJmuiden binnen gebracht door de "Simson" en de "Titan".

Op dinsdag 16 augustus 1921 versleepten de "Titan" en de "Jacob van Heemskerck" het Hr. Ms. "Zeven Provinciën" van Amsterdam naar Den Helder.

Op 24 oktober 1921 komen het Nederlandse vrachtschip "Nicolaas"(1920 – 1.930 Brt.) en het Duitse vrachtschip "Franziska Kimme"(1920 – 786 Brt.) met elkaar in aanvaring op de Noordzee.
De "Franziska Kimme" werd op de Noordzee door het Duitse vrachtschip "Desdemona"(1920 – 1.304 Brt.) vastgemaakt en naar IJmuiden gesleept. De "Franziska Kimme" is op 25 oktober 1921 buitengaats door de "Titan" en de "Simson" en twee sleepboten van de 'Vischploeg' overgenomen van de "Desdemona" en met zware schade, een groot gat in de achtersteven aan stuurboordzijde, IJmuiden binnen gesleept.

Het Zweedse vrachtschip "Flandria"(1898 – 1.193 Brt.) verzocht op 25 oktober 1921, nabij de uiterton om sleepboot hulp daar ze 2 bladen van haar schroef was verloren. De "Titan" en de "Simson" maakten de "Flandria" vast en brachten haar naar binnen in IJmuiden.

Op 1 november 1921 raakt het anker van het vrachtschip "Karimoen" verward in het anker van een in de haven van IJmuiden werkzame zuiger. De "Simson" en de "Titan" verleenden bij het 'ontwarren' assistentie.

Tijdens een zware storm op 6 november 1921 brak het met averij, in de buitenhaven, afgemeerde Noorse barkschip "Manicia" van de trossen en verdaagde aan lager wal.

Op 9 november 1921 brachten de "Simson" en de "Titan" de "Manicia" weer vlot en hebben haar naar de binnen haven gesleept.

Het Stoomschip "Blairmore" strandde op 19 december 1921 tussen de pieren van IJmuiden. Op 20 december wisten de "Jacob van Heemskerk", de "Zeeland", de "Cyclop", de "Simson" en de "Titan" het Stoomschip "Blairmore" vlot te brengen. Het schip had roerschade. Het bergingsloon bedroeg 2.750,-- gulden.

Op 1 november 1921 raakt het anker van het vrachtschip "Karimoen" verward in het anker van een in de haven van IJmuiden werkzame zuiger. De "Simson" en de "Titan" verleenden, bij het 'ontwarren', assistentie.

In de nacht van 23 december 1921 loopt het met hout geladen Zweedse vrachtboot "Dicido"(1903 – 1.478 Brt.) op de Zuidpier.

Om zinken te voorkomen wordt de "Dicido", die aan stuurboordzijde een aantal gaten heeft opgelopen waardoor ook de machinekamer is volgelopen, aan de binnenzijde van de Zuidpier aan de grond gezet. Na onderhandelingen verkrijgt Bureau Wijsmuller een bergingscontract.

Op 28 december 1921 haalt de "Titan" 15 opvarenden van de "Dicido", waaronder 2 vrouwen, van boord en brengt ze aan wal. Alleen de kapitein en twee stuurlieden blijven aan boord.

Tijdens de berging wordt er veel slecht weer ondervonden waardoor het lossen van de lading hout en het dichten van de gaten veel tegenslag ondervind.

De "Titan" versleept in 1921 ook de logger "Koningin Wilhelmina" vanuit Scheveningen naar Schiedam. Geen datum bekend

1922

De "Simson" en "Titan" maken op 6 januari 1922 10 mijl ten Noord-Westen van IJmuiden het vrachtschip "Waalstroom"(1917 – 1.351 Brt.) vast die machineschade had opgelopen.

De "Waalstroom" werd door de "Simson" en "Titan" voor herstel naar IJmuiden gesleept.

Op 7 januari 1922 lukt het de "Simson", "Limburg", "Junior", en de "Gelderland" om de "Dicido" vlot te brengen en terwijl de "Titan" als pompboot fungeert naar de toeristensteiger gesleept. Voor voorlopig herstel van de schade wordt de "Dicido" naar Amsterdam versleept. Het bergingsloon bedroeg 40.000,-- gulden.

Op 24 januari 1922 liep het Engelse vrachtschip "Newaster"(1918 – 3.114 Brt.) nabij het semaphoor aan de grond. De "Titan" slaagde er na korte tijd in om de "Newaster" weer vlot te brengen.

De "Titan" brengt op 12 juli 1922 diverse wrakstukken aan wal, afkomstig van de motorbotter "HD 185". Men neemt aan dat de "HD 185" bij een poging de haven van IJmuiden binnen te lopen, tijdens de storm, met 3 opvarenden aan boord is vergaan.

Op 7 juli 1922 slepen de "Simson", "Nestor" en "Titan" het Amerikaanse vrachtschip "Nishmaha"(1919 – 6.076 Brt.), die kamt met problemen aan het stuurgerei, Ijmuiden binnen.

De dinsdag 28 november 1922 op de Noorder- strekdam gestrandde trawler "IJM. 104 Annie" werd donderdag morgen 30 november 1922 door de "Titan" en "Nestor" vlot gebracht.

Op 7 december 1922 liep het Engelse stoomschip "Rouen"(1909 – 1968 Brt.) bij het binnen komen van IJmuiden in de bocht van de Noordpier aan de grond. De "Nestor" slaagde er in om samen met de "Titan" en "Katwijk" de "Rouen" met hoog water vlot te brengen.

1923

Januari 1923 trof het Duitse schip "Emden"(geen gegevens) het Franse vrachtscheepje "La Tamise"(1917 – 300 Brt.) ter hoogte van Texel aan met Ketelschade.

De "Emden" nam de "La Tamise" op sleeptouw en op 23 januari 1923, ter hoogte van de uiterton, nam de "Titan" de "La Tamise" over van de "Emden" en bracht deze IJmuiden binnen.

Het met stukgoed geladen motorschip "Rhea"(1922 – 1.386 Brt.) van de K.N.S.M. strandde vrijdag 16 februari 1923 nabij Zandvoort.

De sleepboten "Titan", "Drente", "Simson", "Hector" en "Zeeland" hebben op 16 februari 1923 geprobeerd om de "Rhea" vlot te brengen. Op 17 februari 1923 lukte het de "Rhea" vlot te brengen.

Het bergingsloon voor het vlot brengen van de "Rhea" bedroeg 51.000,-- gulden.

De "Titan" arriveert op 1 juli 1923 met de lichter "Gent" op sleeptouw in IJmuiden vanuit ***Piuto***.

De Engelse kabellegger "Alert"(1918 – 941 Brt.) die op de ochtend van 26 oktober 1923 vanuit IJmuiden naar zee vertrok, maar later wegens stormweer moest terugkeerden, liep bij het binnenkomen nabij de Noorderstrekdam binnen de pieren aan den grond.

De "Hector" bracht de "Alert" weer vlot waarna de "Alert" geassisteerd door de "Titan" en de "Hector" met verlies van één der schroeven in de haven van IJmuiden werd afgemeerd.

Op 19 december 1923 kreeg de "loodsboot No. 3" bij het binnenlopen van de pieren de ketting van een van de rode boeien in de schroef. De "Titan" maakte "Loodsboot No. 3" vast, maar door het breken van de sleeptros verdaagde "Loodsboot No. 3", tegenover het badhuis, op het strand.

1924

Op 23 augustus 1924, bij het binnenlopen van IJmuiden, kreeg het Noorse houtschip "Corvus"(1921 – 1.317 Brt.) problemen met de stuurinrichting en dreigde op de Noorderpier te lopen.

De "Nestor" wist vast te maken en kreeg assistentie van de "Titan" en de "Katwijk".

Door het breken van de ankerkettingen van de "Corvus" deinsde het schip zover terug dat de "Titan" bijna omver werd getrokken, het water liep reeds de machinekamer in toen de tros werd gekapt. De "Corvus" werd door de "Nestor" en "Katwijk" veilig binnen gebracht.

Op 26 december 1924 pompte de "Titan" samen met een bergingsvaartuig van de Marine het vrachtschip "Promus"(1918 – 4.816 Brt.), dat door de "Zeeland" en de "Gelderland" was vlot gebracht van de Zuiderhaaks, lens.

Daar de "Promus" te breed is voor het Marine dok zullen duikers proberen om de "Promus" te dichten.

1925

De "Titan" vertrok op 3 januari 1925, met het bergingsvaartuig "Albatros" op sleeptouw, vanuit Nieuwediep binnendoor naar Rotterdam.

De "Albatros" is geladen met een deel van de lading van de "Promus".

De "Promus" zal omsteeks 5 januari vanuit Nieuwediep naar Rotterdam worden versleept.

18 maart 1925 strandde de stoomhopper "Maasmond V" in de havenmond van IJmuiden op de Zuiderstrekdam.

De "Titan" en de sleepboot "Katwijk" wisten de "Maasmond V" vlot te slepen en voor de kant te brengen waarna het opgelopen lek provisorisch gedicht kon worden.

Op 1 april 1925 versleepte de "Titan" de onderlossers "K 18" en "K 19" vanuit IJmuiden naar Scheveningen.

Op 15 mei 1925 convoieerde de "Titan" de "No. 508", een door middel van samengeperste lucht voort bewogen scheepje, tijdens een proefvaart op de Noordzee.

Met de lichter "Albatros" op sleeptouw arriveerde de "Titan" op 2 juli 1925 in de haven van Vlaardingen.

Vanuit Vlaardingen arriveerde de "Titan" weer op 3 juli 1925 in IJmuiden.

In de nacht van 1 op 2 augustus 1925 strandde het motorjacht "Noorman" tussen de Noorderpier en het Forteiland.

De "Titan" bracht de "Noorman" weer vlot. Waarna de "Noorman" zonder schade haar reis kon vervolgen.

Op 28 oktober 1925 namen de "Stentor" en de "Titan" ter hoogte van IJmuiden het Duitse vrachtschip "Kohlenimport"(1906 – 1.115 Brt.) over van het Duitse vrachtschip "Falk"(1911 – 1.459 Brt.).

De "Falk" had de "Kohlenimport" ter hoogte van het Haaks lichtschip aangetroffen met een gebroken roer en vastgemaakt.

De "Stentor" en de "Titan" zullen de "Kohlenimport" verder IJmuiden binnen slepen.

De "Titan" is november 1925 verkocht naar Argentinië.

De "Titan" vertrok op 14 november 1925 vanuit Rotterdam, onder commando van kapitein M. de Koe (zijn eerste reis als kapitein), naar Buenos Aires – Argentinië.

Op 1 december 1925 arriveerde de "Titan", voor bunkers, in de haven van St. Vincent.

Na aankomst in de haven van Buenos Aires – Argentinië, op 27 december 1925, werd de "Titan" overgedragen aan M.J. Paz te Buenos Aires – Argentinië.

De "Titan" kreeg na de overdracht de naam  "CHAQUENO".

In 1940 werd de ex "Titan" als "ROCCA III" aangetroffen in de haven van Buenos Aires – Argentinië.