Location: Home > T-Z > UtrechtII 1919 - 1940 > GeschiedenisUtrecht

GeschiedenisUtrecht

N.V. Bureau Wijsmuller nam de "Utrecht" over begin november 1919 van Bureau B. Bernard te Schiedam. Deze had de sleepboot in de vaart onder de naam "Straat Soenda".

De accommodatie van de "Utrecht" was uitgevoerd zoals bij veel sleepboten in die tijd. In het voorschip was accommodatie voor de officieren. Benedendeks 3 hutjes 1 hutje voor de 1e machinist, 1 hutje voor de 2e en 3e machinist en 1 hutje voor de stuurman. En de kapitein had een hut op het brugdek.

De "Utrecht" en de "Cyclop" zijn op 9 december 1919 vanuit Maassluis en IJmuiden uitgevaren naar de positie van het Nederlandse vrachtschip "Groenlo"(1918 – 1.449 Brt.) die in het Engels Kanaal (straat van Dover) voor anker ligt, sinds 3 december 1919, met een gebroken roerkoning en gebrek aan proviand.

Op 10 december 1919 werd er op de "Groenlo" vast gemaakt en op 12 december 1919 arriveerden de "Utrecht" en de "Cyclop" met de "Groenlo" op sleeptouw in IJmuiden.

19 december 1919 strandde het vracht/passagiersschip "Batavier III"(1897 – 1.136 Brt.) op de Maasvlakte.

De "Batavier III" werd weer vlot gebracht door de "Utrecht" en naar Rotterdam gesleept.
 
De "Utrecht" vertrok op 5 januari 1920 vanuit Rotterdam naar Rio de Janeiro - Brazilië met een dokdeur op sleeptouw. Van de bemanning tijdens die sleepreis aan boord zijn enkele namen bekend: Kapitein H.J. Krijnen, 3e machinist H. van der knaap en een matroos Dirk Bouwt, andere namen zijn helaas niet bekend.

Op 8 januari werd door de "Utrecht" ter hoogte van Beachy Head - Engeland geschuild voor het slechte weer.

Op 12 januari 1920 vervolgde de "Utrecht" de sleepreis naar Rio de Janeiro - Brazilië met de dokdeur.

De "Utrecht" passeerde op 12 januari 1920 om 10.00 uur Dover - Engeland.

4 februari 1920 melde de "Utrecht" vanuit de haven van Corcubicon – Spanje dat de sleepverbinding met de dokdeur, die ze vanuit Rotterdam naar Rio de Janeiro – Brazilië zou slepen, was gebroken en dat de dokdeur nabij Cape Torinana - Spanje op de rotsen was geslagen.

Duikers hebben nog een onderzoek ingesteld, maar de verwachting is dat de dokdeur niet meer geborgen kan worden.

11 februari 1920 arriveerde de "Utrecht", vanuit de haven van Falmouth – Engeland in Rotterdam.

Op 12 februari 1920 vertrok de "Utrecht" vanuit Amsterdam, met de baggermolen "H.A.M. 55", naar Soerabaja - Nederlands Indië.

Ook van deze reis zijn er enkele namen bekend: Kapitein H.J. Krijnen, 3e machinist H. van der knaap en Doris Rademaker.

De "Utrecht" met de "H.A.M. 55" op sleeptouw passeerde op 7 maart 1920 Gibraltar.

Op 12 maart 1920 arriveerde de "Utrecht", voor bunkers, in de haven van Algiers – Algerije.

Na gebunkerd te hebben vervolgde de "Utrecht" op 13 maart weer haar sleepreis naar Soerabaja - Nederlands Indië

Voor de passage van het Suez Kanaal was er in Port Said – Egypte nog een korte ontmoeting met de "Friesland" die met de bakkenzuiger "H.A.M. 56" vanuit Rotterdam onderweg was naar Tandjong Priok – Nederlands Indië.

14 april 1920 arriveerde de "Utrecht" in de haven van Aden voor bunkers.

7 mei 1920 arriveerde de "Utrecht" in de haven van Colombo – Ceylon voor bunkers.

7 juni 1920 arriveerde de "Utrecht" met de "H.A.M. 55" op sleeptouw in de haven van Soerabaja - Nederlands Indië

Op 3 juli 1920 arriveert de "Utrecht" in de haven van Chefoo – China, om vandaar uit de zuiger "Canton" en de sleepboot "Dirk" naar Shanghai - China te verslepen.

Kort na vertrek vanuit ….......... op vrijdag 13 augustus 1920 strandde de "Utrecht" op een koraalrif.

Het voorschip zat voor 3/4 geboeid op de rotsen vlak bij een eilandje – vermoedelijk een Filipijns eilandje – Gedurende 3 dagen probeerde de "Utrecht" vlot te komen maar dit lukt niet.

Ook werd getracht door zoveel mogelijk water overboord te pompen de "Utrecht" lichter te maken, maar ook dat gaf geen resultaat.
 
Inmiddels kwamen eiland bewoners met sampans polshoogte nemen bij de "Utrecht".

Hierop besloot de kapitein om de inlanders te vragen om tegen vergoeding kolen over te nemen van de "Utrecht" om die dan later weer aan boord te krijgen.

Hierop lukte het na drie dagen om de "Utrecht" vlot te brengen. Hoewel er diverse sampans niet meer terug kwamen met kolen was er voldoende aan boord om koers te zetten naar de haven van Manilla – Filipijnen voor een inspectie van de bodem.

Nadat de "Utrecht" een certificaat had verkregen van zeevaardigheid werd koers gezet naar Chefoo – China.

6 november 1920 vertrok de "Utrecht" met 2 bakken op sleeptouw vanuit de haven van Shanghai - China naar Belawan Deli - Nederlands Indië.

5 december 1920 vertrok de "Utrecht" de haven vanuit Medan - Nederlands Indië, met de baggermolen "Madjoe" op sleeptouw, naar Sabang - Nederlands Indië

Na aflevering van de baggermolen "Madjoe" vertrok de "Utrecht" vanuit de haven van Sabang - Nederlands Indië, met de baggermolen "Hercules", naar Medan - Nederlands Indië waar ze arriveerde op 12 december 1920.

Op 14 december 1920 vertrok de "Utrecht", met twee sleepbootjes op sleeptouw, vanuit Belawan Deli - Nederlands Indië naar Palembang - Nederlands Indië.

1921

Vanuit Nederlands Indië zette de "Utrecht" koers naar Aden in afwachting van verdere orders.

Nadat de "Utrecht" in Aden heeft gebunkerd krijgt ze opdracht om de "Brabant" tegemoet te stomen en deze te gaan assisteren bij het slepen van een droogdok.

Eind januari 1921 arriveerde de "Utrecht" in de Rode Zee bij de "Brabant" die met het droogdok No. 3 onderweg is naar Soerabaja - Nederlands Indië En maakte de "Utrecht" vast op de "Brabant".

Op 31 Januari 1921 werd gebunkerd in de haven Aden en werd besloten om in Aden een poosje te blijven wachten tot het weer op de Indische Oceaan zou verbeteren.

7 mei 1921 arriveerden de "Utrecht" en de "Brabant" op de rede van Colombo – Ceylon.

Eerst ging de "Brabant" bunkeren in Colombo – Ceylon en na terugkeer van de "Brabant" ging de "Utrecht" bunkeren in Colombo terwijl de "Brabant" het dok gaande hield op de rede van Colombo – Ceylon.

Nadat beide sleepboten hadden gebunkerd werd de sleepreis naar Soerabaja vervolgt.

Omstreeks 19 mei 1921 werd de haven van Sabang - Nederlands Indië aangedaan voor bunkers en op 20 mei 1921 werd de reis naar Soerabaja - Nederlands Indië voortgezet.

De "Groningen" vertrok op 7 juli 1921 vanuit de haven van Palembang – Nederlands Indië naar Port Said - Egypte, met de sleepboten "Utrecht" en "Brabant" op sleeptouw.

Maar al voor Colombo – Ceylon besloot kapitein Krijnen om de reis naar Nederland alleen te vervolgen en gooide de sleeptros van de "Groningen" los.

Op 27 juli 1921 arriveerde de "Groningen" in de haven van Colombo – Ceylon en werd door de "Utrecht" gebunkerd.

Vanuit Colombo – Ceylon vertrok de "Groningen" naar Aden.

In Aden werd medisch advies gevraagd voor de stuurman, die klaagde over pijn in zijn zij. De Engelse dokter kon niets vinden en verstrekt pijnstillers en ging er vanuit dat de stuurman na enkele dagen wel weer hersteld zijn zijn.

Enkele dagen later overleed op 20 augustus 1921, na een korte ziekte, de stuurman Machiel George van Waart, 37 jaar oud,aan boord van de "Utrecht".

De volgende dag kreeg Machiel George van Waart een zeemansgraf in de Rode Zee.

In de haven van Suez – Egypte werd bij de Nederlandse Consul het overlijden gemeld. En werd er door de "Utrecht" gebunkerd.

Na het Suez Kanaal gepasseerd te hebben werd weer koers gezet naar Rotterdam.

Wegens slecht weer in de golf van Biscaye was de "Utrecht" genoodzaakt om op 17 september 1921 de haven Plymouth – Engeland binnen te lopen voor bunkers.

Na aankomst in Rotterdam werd de "Utrecht" naar Lekkerkerk gesleept, en daar op de 'Wijsmuller' werf, werden de stoomketels naast elkaar geplaatst.

1922

In 1922 werd er door de "Utrecht" een baggermolen versleept vanuit de haven van Buenos Aires Brazilië, naar Pernambuco - Brazilië.

1923

Geen informatie gevonden.

1924

De "Friesland" en de "Utrecht" vertrokken op 15 februari 1924 vanuit Maassluis naar Soerabaja – Nederlands Indië.

Op 5 april 1924 arriveerden de "Friesland" en de "Utrecht" in de haven van Soerabaja – Nederlands Indië.

15 april 1924 vertrokken de "Friesland" en de "Utrecht" vanuit Soerabaja - Nederlands Indië,  naar Walvisbaai Zuid Afrika met baggermateriaal.

De "Friesland", met kapitein Kalkman, versleepte de baggermolen "H.A.M. 75" en de onderlosser "H.A.M. 81" met daarop geplaatst de sleepboot "H.A.M. 57".

De "Utrecht", met kapitein van Dyk, versleepte de onderlosser "H.A.M. 79" met daarop geplaatst de zolderbak "H.A.M. 37" de onderlosser "H.A.M. 69" met daarop geplaatst de sleepboot "H.A.M. 58" en de onderlosser "H.A.M. 80" met daarop geplaatst de sleepboot "H.A.M. 59".

Op de baggermolen en op de onderlossers zijn 2 runners aan boord.

De "Friesland" en de "Utrecht" onderweg vanuit Soerabaja - Nederlands Indië naar Walvisbaai Zuid Afrika arriveerden op 20 mei 1924 in de haven van Port Louis - Mauritius voor bunkers en proviand.

Ten oosten van Port Elizabeth – Zuid Afrika kregen de "Friesland" en de "Utrecht" te kampen met zeer zwaar weer met geweldig hoge zeeën, waardoor de sleeptrossen van de onderlossers braken.

De "Friesland" en de "Utrecht" konden 2 onderlossers de "H.A.M. 81" met daarop geplaatst de sleepboot "H.A.M. 57" en de onderlosser "H.A.M. 69" met daarop geplaatst de sleepboot "H.A.M. 58" weer vastmaken.

Maar de de onderlosser "H.A.M. 80" met daarop geplaatst de sleepboot "H.A.M. 59" was zinkende. De twee runners van deze bak werden gered door de "Traveller"(geen gegevens), een schip dat te hulp was gestuurd.

En de onderlosser "H.A.M. 79" met daarop geplaatst de zolderbak "H.A.M. 37" was op drift geraakt en ondanks een zoektocht door de "Friesland" en de "Utrecht", nadat het overgebleven baggermateriaal was afgemeerd in de haven van East London – Zuid Afrika, niet meer gevonden.

De "Friesland" had tijdens het slechte weer ook averij opgelopen aan de stuurmachine en moest worden gerepareerd in East London – Zuid Afrika.

Op 13 juli 1924 arriveerden de "Friesland" en de "Utrecht", met baggermateriaal op sleeptouw bestemd voor Walvisbaai - Zuid-Afrika in Kaapstad – Zuid-Afrika.

24 juli 1924 leverden de "Friesland" en de "Utrecht" hun sleep af in de haven van Walvisch baai – Zuid Afrika.

De "Friesland" en de "Utrecht" vertrokken op 30 juli vanuit Walvisbaai – Zuid Afrika naar Europa.

Op 17 augustus arriveren de "Friesland" en de "Utrecht" in de haven van St. Vincent – Kaap Verdische Eilanden voor orders.

18 augustus 1924 vertrokken de "Friesland" en de "Utrecht" vanuit St. Vincent – Kaap Verdische Eilanden verder naar Europa.

4 september 1924 arriveerde de "Utrecht" op de Nieuwe Waterweg.

1925

Vanuit Vlaardingen vertrok op 13 mei 1925 de "Utrecht" met de tankschepen "Africa"(geen gegevens) en "Jo"(geen gegevens) op sleeptouw naar Ceuta - Spanje.

Op 30 mei 1925 leverde de "Utrecht" de tankschepen "Africa" en "Jo" af in de haven van Ceuta - Spanje.

Op 19 juni 1925 keerde de "Utrecht", vanuit Ceuta – Spanje, weer terug in de haven van Vlaardingen.

1926

De "Utrecht" vertrok op 13 juni 1926 met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw vanuit de haven van Middlesbrough – Engeland naar Thameshaven - Engeland.

20 augustus 1926 arriveerde de "Utrecht" vanuit Rotterdam in de haven van Amsterdam.

Op 23 augustus 1926 vertrok de "Utrecht" vanuit Rotterdam, met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, naar de haven van  Middlesbro – Engeland.

De "Utrecht" arriveerde op 25 augustus 1926 vanuit Rotterdam in Middlesbro - Engeland met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw.

Vanuit de haven van Middlesbro - Engeland vertrok de "Utrecht", met op sleeptouw de tanklichter "Neerlandia", op 26 augustus 1926 naar Thameshaven - Engeland.

Vanuit Thameshaven – Engeland vertrok de "Utrecht", met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, naar Preston – Engeland. Op 29 augustus 1926 passeerde het transport Beachyhead – Engeland.

3 september 1926 arriveerde de "Utrecht", met op sleeptouw de tanklichter "Neerlandia", in de haven van Preston – Engeland.

Vanuit Preston – Engeland vertrok de "Utrecht", met op sleeptouw de tanklichter "Neerlandia", weer naar Thameshaven – Engeland waar het transport op 8 september 1926 arriveerde.

10 september 1926 kwam de tanklichter "Neerlandia", die werd gesleept door de "Utrecht" in aanvaring met het voor anker liggende Zweedse vrachtschip "Scartho"(1891 – 585 Brt.) nabij de Gull boei, ter hoogte van Ramsgate – Engeland.

Van de met olie geladen "Neerlandia" zijn 2 tanks lek en is de lading in zee gelopen. De "Scartho" heeft schade opgelopen aan de voorsteven.

Op 15 september 1926 is na inspectie is gebleken dat de schade van de "Neerlandia" ter plekke niet kan worden hersteld. Daarom zal de "Utrecht" de "Neerlandia" naar Thameshaven - Engeland slepen waar de "Neerlandia" gelost zal worden.

Op 17 september 1926 arriveerde de "Utrecht" met de "Neerlandia" op sleeptouw in Thameshaven - Engeland.

De "Utrecht" vertrok op 21 september 1926 met de tanklichter "Neerlandia" vanuit Thameshaven - Engeland naar Rotterdam.

Vanuit de haven van Rotterdam vertrok de "Utrecht", met op sleeptouw de tanklichter "Neerlandia", op 2 november 1926 naar Thameshaven – Engeland.

7 November 1926 vertrok de "Utrecht" vanuit Thameshaven - Engeland naar Preston - Engeland, met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw.

17 november 1926 passeerde de "Utrecht", met op sleeptouw de tanklichter "Neerlandia", vanuit Torbay – Engeland onderweg naar Preston – Engeland Lizzard point – Engeland.

De "Utrecht", met op sleeptouw de tanklichter "Neerlandia", vertrok op 20 november vanuit de haven van Preston – Engeland naar Thameshaven – Engeland

26 november 1926 arriveerde de "Utrecht", met op sleeptouw de tanklichter "Neerlandia", vanuit Preston – Engeland in de haven van Thameshaven – Engeland

1927

18 maart 1927 ligt de "Utrecht" in de haven van Vlaardingen.

De "Utrecht" arriveert op 23 maart 1927 vanuit Rotterdam in de Wilhelminahaven van Schiedam voor bunkers.

2 april 1927 vertrok de "Utrecht" vanuit de haven van Rotterdam naar Le Havre – Frankrijk met de baggermolen "Holland III" op sleeptouw.

Op 4 april 1927 leverde de "Utrecht" de baggermolen "Holland III" af in de haven van Le Havre – Frankrijk.

In de avond van 5 april 1927 arriveerde de "Utrecht", vanuit La Havre – Frankrijk, in de haven van Vlaardingen.

11 april 1927 vertrok de "Utrecht" vanuit Rotterdam, met de sleepboot "Maja" en de onderlosser "No. 31" op sleeptouw, naar Teneriffe - Canarische eilanden.

De "Utrecht" vertrok op 28 april 1927, na aflevering van de sleepboot "Maja" en de onderlosser "No. 31", vanuit Teneriffe - Canarische eilanden naar Rotterdam

6 mei 1927 arriveerde de "Utrecht" vanuit Teneriffe - Canarische eilanden in Rotterdam.

4 juni 1927 vertrok de "Utrecht" vanuit de Nieuwe Waterweg met de sleepboot "Pernis" en de onderlosser "N.H.W. 41" op sleeptouw naar Las Palmas - Canarische Eilanden.

6 juni 1927 arriveerde de "Utrecht" met de sleepboot "Pernis" en de onderlosser "N.H.W. 41" op sleeptouw in de haven van Dover - Engeland. Voor herstel van schade aan de onderlosser "N.H.W. 41". De volgende dag op 7 juni 1927 vertrok het transport weer uit de haven van Dover – Engeland.

De "Utrecht" arriveerde op 20 juni 1927 met de sleepboot "Pernis" en de onderlosser "N.H.W. 41" op sleeptouw in de haven van Las Palmas - Canarische eilanden.

De "Utrecht" arriveerde op 10 juli 1927 in Thameshaven - Engeland, met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw vanuit Rotterdam.

13 juli 1927 heeft de "Utrecht", komende vanuit de haven van Antwerpen – België, een aanvaring gehad ter hoogte van Woolwich – Engeland. Met schade boven de waterlijn is de "Utrecht" voor anker gegaan.

Vanuit Thameshaven – Engeland vertrok de "Utrecht", met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, naar Preston – Engeland.

Vanuit Preston - Engeland, vertrok de "Utrecht" op 19 juli 1927 met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw naar Thameshaven – Engeland.

26 juli 1926 vertrok de "Utrecht", met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, vanuit de haven van Antwerpen – België naar Thameshaven – Engeland.

In de eerste week van augustus 1926 arriveerde de "Utrecht", met 2 lichters op sleeptouw vanuit Rotterdam, in de haven van Le Havre – Frankrijk.

10 augustus 1926 arriveerde de "Utrecht" vanuit Hamburg – Duitsland in de haven van Vlaardingen.

19 augustus vertrok de "Utrecht" vanaf de Nieuwe Waterweg naar Hamburg – Duitsland, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw.

21 augustus arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, vanuit Rotterdam in de haven van Hamburg – Duitsland.

Vanuit Hamburg - Duitsland vertrok de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, op 24 augustus 1927 naar Mannheim - Duitsland via Rotterdam.

De "Utrecht" arriveerde op 26 augustus 1927 in de haven van Rotterdam, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, vanuit Hamburg - Duitsland.

Eind augustus 1926 vertrok de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, vanuit Rotterdam naar Hamburg – Duitsland.

De "Utrecht" vertrok, in de eerste helft van september 1927, vanuit Rotterdam met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw naar Thameshaven - Engeland.

De "Utrecht" vertrok op 27 september 1927 vanuit Rotterdam met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw naar Hamburg - Duitsland.

De "Utrecht" arriveerde op 29 september 1927 in de haven van Hamburg - Duitsland, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw vanuit Rotterdam.

Op 30 september vertrok de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, vanuit de haven van Hamburg – Duitsland met bestemming Rotterdam.

De "Utrecht" arriveerde op 4 oktober 1927 in Rotterdam met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw vanuit Hamburg - Duitsland.

14 oktober 1927 vertrok de "Utrecht" vanuit IJmuiden naar Rye – Engeland met de zuiger "Spaarne" en de sleepboot "Volti Subito" op sleeptouw.

De "Utrecht" arriveerde met de zuiger "Spaarne" en de sleepboot "Volti Subito" op sleeptouw vanuit IJmuiden op 16 oktober 1927 in de haven van Rye – Engeland

De "Utrecht" vertrok op 21 oktober 1927 met een baggermolen en een bak op sleeptouw, vanuit IJmuiden naar Rye – Engeland.

Op 26 oktober 1927 verzocht het Nederlandse vrachtschip "Nicolaas"(1920 – 1.930 Brt.) wegens machineschade om sleepboot assistentie. De "Utrecht" zette vanuit IJmuiden koers naar de "Nicolaas".

Aan boord van de "Nicolaas" slaagde men er echter in om de schade te repareren en was assistentie niet meer nodig.

Het Engelse vrachtschip "Bedefell"(1919 – 3.780 Brt.) strandde op 28 november 1927 s'morgens om 7.00 uur, doordat het door een grondzee uit het roer liep, aan de binnenkant van de Noorderpier van IJmuiden.

Nadat diverse pogingen om op eigen kracht vlot te komen niet lukten. Contracteerde de kapitein van de "Bedefell" Bureau Wijsmuller om het schip vlot te brengen.

Op basis van Lloyds Open Form, No Cure No Pay, maakten de "Utrecht", "Willem Barendsz", "Hector" en de "Stentor" vast op de "Bedefell" die na een half uur werken weer vlot kwam.

De "Utrecht" vertrok op 31 oktober 1927 met 2 onderlossers op sleeptouw naar Coruña - Spanje.

De haven van Portsmouth – Engeland werd aangelopen tijdens de sleepreis naar Coruña – Spanje. Op 4 november 1927 vervolgde de "Utrecht" haar sleepreis naar Spanje.

Op 14 november 1927 arriveerde de "Utrecht" met 2 bakken op sleeptouw in de haven van Coruña – Spanje.

22 november 1927 vertrok de "Utrecht" vanuit de haven van Falmouth – Engeland richting Finisterre – Spanje.

1928

Vanuit Renfrew - Engeland vertrok de "Utrecht" met de rotsbreker "No. 936" op sleeptouw naar Palermo - Italië.

De "Utrecht" vervolgde op 17 januari 1928 vanuit de haven van Brest – Frankrijk, met de rotsbreker "No. 936", de sleepreis naar Palermo – Italië.

De Utrecht arriveerde op 5 februari 1928, met de rotsbreker "No. 936" op sleeptouw, in de haven van Algiers - Algerije voor bunkers en proviand.

Op 6 februari 1928 vervolgde de "Utrecht" haar sleepreis naar Palermo – Italië.

Op 11 februari 1928 leverde de "Utrecht" de rotsbreker "No. 936" af in de haven van Palermo – Italië.

13 februari 1928 vertrok de "Utrecht" vanuit Palermo – Italië naar IJmuiden.

De "Utrecht" vertrok op zaterdag 14 april 1928 met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, vanuit Rotterdam naar Hamburg – Duitsland.

19 april 1928 vertrok de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, vanuit de haven van Hamburg – Duitsland naar Rotterdam.

Op 21 april arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, in de haven van Rotterdam.

De "Utrecht" vertrok op 1 mei 1928 met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, vanuit Rotterdam naar Hamburg – Duitsland.

Op 4 mei arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, in de haven van Hamburg – Duitsland.

Vanuit de haven van Le Havre – Frankrijk vertrok de "Utrecht" op 7 juni 1928 met een lichter op sleeptouw naar Rotterdam.

In de nacht van 14 op 15 juni 1928 verloor het Engelse vrachtschip "Maimyo"(1918 – 6.289 Brt.) op 40 mijl Noordwest van IJmuiden haar schroef.

En verzocht om sleepboot assistentie. Als eerste arriveerde de "Vlaanderen" op de positie van de "Maimyo" korte tijd later gevolgd door de "Drente". Waarna de kapitein van de "Maimyo" de "Vlaanderen" en de "Drente" verzocht hem naar Hamburg - Duitsland, te slepen.

Tijdens de sleepreis naar Hamburg - Duitsland, werd ook nog door de "Utrecht" vastgemaakt op de "Maimyo" want het zwaar geladen schip was erg loefgierig en moeizaam te slepen.

Op 18 juni 1928 werd de "Maimyo" afgeleverd in de haven van Hamburg – Duitsland.

Op 19 juni 1928 arriveerde de "Utrecht" vanuit Hamburg – Duitsland in Rotterdam.

De "Utrecht" vertrok op 27 juni 1928 met de tanklichters "S.M.T 3" en "S.M.T. 4" op sleeptouw vanuit Rotterdam naar Pauillac – Frankrijk.

Op 5 juli 1928 leverde de "Utrecht" de tanklichters "S.M.T 3" en "S.M.T. 4" af in de haven van Pauillac – Frankrijk.

Op 10 juli 1928 arriveerde de "Utrecht" vanuit de haven van Pauillac – Frankrijk in Rotterdam.

Op 20 juli 1928 arriveerde de "Utrecht" met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, vanuit Rotterdam in de haven van Thameshaven – Engeland.

De "Utrecht" arriveerde op 22 juli 1928 op de Nieuwe Waterweg, onderweg met de tanklichter "Neerlandia" vanuit Thameshaven – Engeland, naar Vlaardingen.

De "Utrecht" arriveerde op 8 augustus 1928 vanuit Rotterdam, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, in de haven van Hamburg - Duitsland.

De "Utrecht" vertrok op 9 augustus 1928 vanuit de haven van Hamburg - Duitsland, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Rotterdam.

Vanuit de haven van Hamburg - Duitsland arriveerde de "Utrecht" op 11 augustus, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, in de haven van Maassluis.

 In de tweede helft van augustus 1928 versleept de "Utrecht", vanuit Rotterdam een tanklichter, naar Pauillac - Frankrijk, waar de "Utrecht" op 30 augustus 1928 arriveerde.

De "Utrecht" vertrok op 6 september 1928 vanuit de haven Rotterdam, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Hamburg – Duitsland.

De "Utrecht" arriveerde op 8 september 1928, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, vanuit Rotterdam in de haven van Hamburg - Duitsland.

Vanuit Hamburg - Duitsland, arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, op 13 september 1928 in Rotterdam.

Op 15 september 1928 vertrok de "Utrecht" vanuit Rotterdam, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Hamburg - Duitsland.

De "Utrecht" arriveerde op 17 september 1928, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, vanuit Rotterdam in de haven van Hamburg - Duitsland.

De "Utrecht" vertrok op 19 september 1928 vanuit de haven van Hamburg - Duitsland, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Rotterdam.

Vanuit Hamburg - Duitsland, arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, op 21 september 1928 in de haven van Vlaardingen.

De "Utrecht" arriveerde op 21 oktober 1928, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, vanuit Rotterdam in de haven van Hamburg - Duitsland.

De "Utrecht" vertrok op 24 oktober 1928 vanuit de haven van Hamburg - Duitsland, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Rotterdam.

Vanuit Hamburg - Duitsland, arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, op 26 oktober 1928 in de haven van Vlaardingen.

27 oktober 1928 arriveerde de "Utrecht" met een drijvende kraan op sleeptouw vanuit Rotterdam in IJmuiden.

30 oktober 1928 arriveerde de "Utrecht", met de veerpont "No 17" van de gemeente Amsterdam op sleeptouw, vanuit Rotterdam in IJmuiden.

Op 30 oktober 1928 vertrok de "Utrecht" vanuit Rotterdam, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Hamburg - Duitsland.

De "Utrecht" arriveerde op 2 november 1928, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, vanuit Rotterdam in de haven van Hamburg - Duitsland.

De "Utrecht" vertrok op 4 november 1928 vanuit de haven van Hamburg - Duitsland, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Rotterdam.

Vanuit Hamburg - Duitsland, arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, op 6 november 1928 in de haven van Vlaardingen.

Op 10 november 1928 vertrok de "Utrecht" vanuit Rotterdam, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Hamburg - Duitsland.

De "Utrecht" arriveerde op 12 november 1928, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, vanuit Rotterdam in de haven van Hamburg - Duitsland.

De "Utrecht" vertrok op 17 november 1928 vanuit de haven van Hamburg - Duitsland, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Rotterdam.

Nog diezelfde dag, 17 November 1928, ging de "Utrecht" bij Cuxhaven – Duitsland voor anker wegens het slechte weer.

Op 21 november 1928 ging de "Utrecht" anker op en vertrok vanaf Cuxhaven – Duitsland richting Rotterdam.

Op 23 November 1928 was de sleep dwars van lichtschip "Terschellingerbank", toen het weer snel verslechterde en de wind aanwakkerde tot orkaankracht.

De "Utrecht" ging bijleggen met de sleep en probeerde gaande te houden.

23 November 1928, om kwart over tien, kwam er een zware zee over en brak de sleeptros.

Zaterdag 24 november 1928 wist de "Utrecht" weer vast te maken en zette koers naar lichtschip "Borkum".

Dinsdagmorgen 27 november arriveerde de "Utrecht" weer op de rede van Cuxhaven – Duitsland.

De "Utrecht" vertrok op 29 november 1928 vanuit Cuxhaven - Duitsland, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Rotterdam.

Vanuit Cuxhaven - Duitsland, arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, op 2 december 1928 in de haven van Maassluis.

1929

Vanuit Le Havre – Frankrijk arriveerde de "Utrecht", met een lichter op sleeptouw, op 6 februari 1929 in de haven van Rotterdam.

21 Juni 1929 arriveerde de "Utrecht" in Den Helder, komende vanuit Maassluis, en vertrok daarna naar Stettin – Duitsland.

De "Utrecht" vertrok op 15 juli 1929 vanuit Rotterdam naar Hamburg – Duitsland met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw.

Op 20 juli 1929 begon de "Utrecht" met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw de terugreis naar Rotterdam vanuit Hamburg - Duitsland.

4 augustus 1929 arriveerde de "Utrecht" in de haven van Hamburg - Duitsland met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw vanuit Rotterdam.

Op 9 augustus 1929 arriveerde de "Utrecht" met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw vanuit Hamburg – Duitsland in de haven van Vlaardingen.

De "Utrecht" vertrok op 16 augustus 1929, met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw naar Hamburg – Duitsland.

De "Utrecht" arriveerde op 18 augustus 1929, met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, vanuit Rotterdam in de haven van Hamburg - Duitsland.

Vanuit Hamburg - Duitsland arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, op 21 augustus 1929 in de haven van Rotterdam.

Vanuit Hamburg - Duitsland arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, op 9 september 1929 in de haven van Rotterdam.

27 september 1929 vertrok de "Utrecht", met een lichter op sleeptouw, vanuit de haven van Southampton – Engeland naar Oran – Algerije.

30 september 1929 arriveerde de "Utrecht" in de haven van Brest – Frankrijk wegens lekkage van de lichter.

De "Utrecht" en de "Hector" arriveren, op 22 oktober 1929, in de haven van Dover – Engeland vanuit IJmuiden met een aantal bakken op sleeptouw.

Op 9 december 1929 ligt de "Utrecht" met de tanklichter "Neerlandia" te Delfzijl te schuilen in afwachting van beter weer, dit gaf de kans om de "Utrecht" droog te zetten om een tros uit de schroef te verwijderen.

15 december 1929 vervolgde de "Utrecht", met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, vanuit Delfzijl haar reis naar Rotterdam.

De "Utrecht" vertrok op 20 december 1929 vanuit de haven van Hamburg – Duitsland, met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, naar Stettin – Duitsland.

De "Utrecht" vertrok op 29 december 1929 vanuit de haven van Stettin – Duitsland, met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, naar Hamburg – Duitsland.

1930

Op 18 januari 1930 vertrok de "Utrecht" vanuit Schiedam met de mastbok "Sheerlegs 642" met bestemming Conakry – Guinee.

Tijdens een zware storm brak in de nacht van 31 januari 1930 de sleeptros.
De "Utrecht" wist de runners nog te redden van de kraan, waarbij de "Utrecht" schade opliep aan de voorsteven, voordat deze op 2 februari 1930 strandde nabij Kaap Finisterre – Quixido Point – Spanje en zonk.

De "Utrecht" stond onder commando van kapitein Hemmes.

Omstreeks 17 februari 1930 arriveerde de "Utrecht" na het verlies van de mastbok "Sheerlegs 642" weer in de haven van Maassluis.

Vanuit Rotterdam arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, op 8 maart 1930 in de haven van Hamburg – Duitsland.

De "Utrecht" vertrok op 3 april 1930 vanuit de haven van Hamburg – Duitsland, met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, naar Rotterdam.

Vanuit Hamburg - Duitsland arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, op 28 april 1930 in de haven van Maassluis.

De "Utrecht" vertrok op 15 mei 1930 vanuit de haven van Hamburg – Duitsland, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Rotterdam.

De "Utrecht" vertrok op 23 juni 1930 vanuit de haven Rotterdam, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Hamburg – Duitsland.

De "Utrecht" vertrok op 5 juli 1930 vanuit de haven Rotterdam, met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, naar Hamburg – Duitsland.

Vanuit Rotterdam arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, op 7 juli 1930 in de haven van Hamburg – Duitsland.

Op 2 augustus 1930 vertrok de "Utrecht" vanuit Schiedam, met een drijvende kraan op sleeptouw, naar Algiers – Algerije.

18 augustus 1930 passeerde de "Utrecht", met een drijvende kraan op sleeptouw, Gibraltar.

De "Utrecht" vertrok op 22 augustus, na aflevering van een drijvende kraan, vanuit de haven van Algiers – Algerije naar Rotterdam.

Vanuit Hamburg - Duitsland arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, op 9 september 1929  in de haven van Rotterdam.

26 september arriveerde de "Utrecht" in de haven van Le Havre – Frankrijk, met 2 lichters op sleeptouw, vanuit IJmuiden.

De "Utrecht" vertrok op 17 oktober 1930 vanuit de haven Rotterdam, met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, naar Hamburg – Duitsland.

Vanuit Rotterdam arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, op 19 oktober 1930 in de haven van Hamburg – Duitsland.

Vanuit Rotterdam arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw, op 2 november 1930 in de haven van Hamburg – Duitsland.

Vanuit Thameshaven – Engeland arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, op 21 november 1930 in de haven van Maassluis.

De "Utrecht" vertrok op 28 november 1930 vanuit de haven Rotterdam, met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, naar Hamburg – Duitsland.

Vanuit Hamburg - Duitsland vertrok de "Utrecht", met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, op 13 december 1930 naar Rotterdam.

1931

Tussen Wijk aan Zee en Castricum strandde op 12 januari 1931 het met 1900 ton kolen geladen Engelse  vrachtschip "Cyrille Danneels"(1924 – 1.585 Brt.).

Nadat een deel van de lading overboord was gezet, slaagden de "Drente", "Friesland", "Groningen" en de "Utrecht" er op 14 januari 1931 in de "Cyrille Danneels" vlot te brengen en IJmuiden binnen te brengen.

Vanuit Hamburg - Duitsland arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, op 5 februari 1931 in de haven van Maassluis.

12 april arriveerde de "Utrecht" vanuit Hamburg – Duitsland in de haven van Blexem – Duitsland met op sleeptouw de tanklichter "Neerlandia".

De "Utrecht" vertrok op 30 april 1931 met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw vanuit Blexem – Duitsland naar Hamburg – Duitsland.

Vanuit Hamburg - Duitsland arriveerde de "Utrecht", met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw, op 6 mei 1931 op de Nieuwe Waterweg.

Op 27 mei 1931 vertrok de "Utrecht" vanuit de haven van Hamburg – Duitsland naar Rotterdam met de tanklichter "Frisia" op sleeptouw.

28 mei 1931 arriveerde de "Utrecht" met de tanklichter "Frisia" vanuit de haven van Hamburg – Duitsland in Rotterdam.

En vertrok dezelfde dag weer naar Blexem – Duitsland met de tanklichter "Neerlandia" op sleeptouw.

14 juni 1931 kondigde de scheepsmakelaar Jacq Pierot Jr. en zonen aan, dat op 11 juli 1931 de "Utrecht", "Groningen", "Friesland" en "Vlaanderen" ter veiling zullen worden aangeboden.

De Duitse trawler "O.N. 152 Salsburg", die op dinsdag 4 augustus om 10.30 uur was gestrand op de Haaksgronden bij Den Helder, werd door de "Utrecht", die in Den Helder op station lag, na vier uur trekken vlot gebracht op basis van Lloyds Open Form.

De "O.N. 152 Salsburg" die onderweg was naar IJmuiden met een lading vis, kon hierna de reis naar IJmuiden op eigen kracht vervolgen.

8 september 1931 moest "Hr. Ms. Rigel"(1931 – 1631 Brt.), een Nederlandse hulpmijnenlegger gebouwd door de Nederlandse Dok Maatschappij in Amsterdam, voor de Gouvernements- marine en die op de rede van Texel een proefvaart maakte, door de "Utrecht" worden vast gemaakt en naar Den Helder worden gesleept wegens machineproblemen.

Tijdens schietoefeningen van de Marine op 23 september 1931 is de oude torpedoboot "Ardjoen", goed getroffen, ze is gezonken en alleen de boeg steekt nog boven water uit. De Utrecht" vertrok, samen met een bergingsvaartuig van Wijsmuller en het duikbedrijf van de marine, naar de "Ardjoeno" om te trachten haar lichten en naar Den Helder te slepen.

1932

3 maart 1932 slaagden de "Utrecht" en de "Drente" er in het Deense stoomschip "Mercur"(1901 – 783 Brt.), uit Esbjerg – Denemarken vlot te brengen van de Razende Bol waar de "Mercur" eerder was gestrand.

Zaterdag 6 augustus 1932 vertrok de "Utrecht" vanuit IJmuiden, met 3 tanklichters op sleeptouw naar Bordeaux – Frankrijk.

Op 13 augustus 1932 arriveerde de "Utrecht" met 3 tanklichters op sleeptouw in de haven van Bordeaux – Frankrijk.

15 augustus 1932 vertrok de "Utrecht" vanuit IJmuiden naar Danzig – Polen, met de bij de werf Conrad te Haarlem gebouwde pers-zuiger "Smok I" op sleeptouw.

Op 20 augustus 1932 leverde de "Utrecht" de pers-zuiger "Smok I" af in de haven van Danzig – Polen.

24 augustus 1932 arriveerde de "Utrecht" vanuit Danzig – Polen in de haven van IJmuiden.

De op 7 oktober 1932, op 2 kilometer ten Noorden van Petten, gestrande botter "U.K. 86" is nog diezelfde dag vlot gebracht door de "Utrecht" en naar IJmuiden gesleept.

Op 25 oktober 1932 strandde de kotter "H.D. 108", in het Molengat, op de kust van Texel.

De kotter "H.D. 108" is op 26 oktober 1932 door de "Utrecht" vlot gebracht. De "H.D. 108" was bij de stranding haar schroef verloren.

Het wrak van de op 13 november 1932 in Amsterdam uitgebrande "Pieter Corneliszoon Hooft"(1926 – 14.642 Brt.) is op 4 december 1932 door de "Drente" en de "Utrecht" vanuit IJmuiden naar Rotterdam versleept.

De "Hector" stond tijdens de sleepreis achter vast op de "Pieter Corneliszoon Hooft".

1933

Vrijdagmorgen 27 januari 1933 raakte de motorboot van de MOK bij 't Hoorntje (Texel) bekneld in het ijs. Een sleepboot van de marine en de "Utrecht" lukte het pas in de middag om de boot in ruim water te slepen.

De sleepboot van de marine raakte hierbij ook onklaar zodat de "Utrecht" beide schepen naar binnen moest slepen.

De "Utrecht" heeft op 19 maart 1933 de Belgische logger "O. 218 Maria Johanna" uit Oostende – België Den Helder binnengebracht.

De "O. 218 Maria Johanna" kreeg op 18 maart 1933 een defect aan de stuurmachine, waardoor ze stuurloos richting kust dreef.

In het Algemeen Handelsblad van 12 juli 1933:

De door bemiddeling van Jac. Pierrot Jr. & Zonen te Rotterdam verkochte sleepboten van de N.V. Bureau Wijsmuller hebben opgebracht:
 
de sleepboot "Friesland" -750 I.P.K. - ƒ 27.000
de sleepboot "Groningen" -750 I.P.K. - ƒ 27.500
de sleepboot  "Utrecht",  -700 I.P.K. - ƒ 24.500
de sleepboot "Vlaanderen" -550 I.P.K. –ƒ 25.000

De berichtgeving klopte niet helemaal want de "Utrecht" bleef 'gewoon' in dienst van Bureau Wijsmuller.

Op 10 november 1933 arriveerde de "Stentor" vanuit de haven van Maassluis in IJmuiden met de "Utrecht", die in de haven van Vlaardingen was opgelegd, op sleeptouw.

De "Utrecht" wordt klaar gemaakt om gedurende de winter stations dienst te verrichten.

De "Utrecht" is op 11 december vanuit IJmuiden vertrokken om de "Drente" en de "Hector" te assisteren bij het vlot brengen van het op 10 december 1933, ter hoogte van Kijkduin, gestrande Duitse vrachtschip "Lipari"(1930 – 1.943 Brt.). De "Lipari" geladen met een kostbare lading zuidvruchten, kwam vanuit de Middellandse Zee en had als bestemming Hamburg - Duitsland. De "Drente" wist een Lloyd's contract af te sluiten. De "Drente", "Utrecht" en de "Hector" wisten de "Lipari" op maandag 11 december 1933 weer vlot te slepen. Het bergingsloon bedroeg 25.500,-- gulden.

1934

15 januari 1934 verscheen in diverse kranten het bericht dat de "Utrecht" zou zijn verkocht naar Engeland.

De berichtgeving klopte niet helemaal want de "Utrecht" bleef 'gewoon' in dienst van Bureau Wijsmuller.

In de nacht van 4 op 5 Oktober 1934 heeft de sleepboot "Utrecht" bij een Zuidwester storm een moeilijke tocht gemaakt naar het bij Lichtschip "Haaks" in nood verkerende Belgische Stoomschip "Charles José"(1899 – 599 Brt.).

De "Utrecht" heeft de "Charles José" echter niet meer gevonden en ook van de bemanning was geen spoor meer gevonden.

1935

Op 17 september 1935 strandde ter hoogte van Petten het Engelse jacht "Emily Mary" tijdens een Zuid Zuid Wester storm windkracht 8.

18 september 1935 werd de "Utrecht", voor reparaties, in Amsterdam gedokt.

De "Utrecht" slaagde er op 8 oktober 1935 in, om het jacht weer vlot te brengen. Eerst was het jacht op glij- sleden geplaatst en met behulp van takels zover in zee gebracht dat de "Utrecht" het verder vlot kon slepen en in Den Helder af te leveren.

Op 20 oktober 1935 is de "Utrecht" nog uitgevaren in de hoop om de "Drente" te hulp te schieten nadat deze bij de poging om het vrachtschip "Kerkplein" vast te maken een tros in de schroef had gekregen.

4 december 1935 strandde het Zweedse vrachtschip "Menja"(1903 – 852 Brt.) op de z.g. Pannekoek ter hoogte van Den Helder. Vanuit Den Helder voer de "Utrecht" uit om assistentie aan te bieden. De "Menja" was niet meer te redden en is ter plekke gezonken.

Het Zweedse vrachtschip "Diana"(1908 – 1.869 Brt.) strandde op 8 december 1935 op ongeveer 5 kilometer ten Zuiden van Egmond als gevolg van dichte mist.

De "Diana" was geladen met hout, en onderweg vanuit Leningrad - Rusland naar Amsterdam. Vanuit Den Helder vertrok de "Utrecht" naar de strandings plaats en vanuit IJmuiden vertrokken de "Nestor" en "Stentor" ter assistentie naar de "Diana".

De "Diana" weigerde echter alle aangeboden hulp en verwachte zelf tijdens hoogwater vlot te kunnen komen. Dit is ook op 9 december 1935 om half drie in de middag gelukt, waarna de "Diana" haar reis naar Amsterdam vervolgde.

25 december 1935, eerste kerstdag, strandde bij kilometer paal 18 ter hoogte van Petten de motor-schoener "Constant"(1932 – 199 Brt.) eigendom van de N.V. Scheepvaart Maatschappij Wopo uit Dordrecht.

De "Constant" was geladen met hout en onderweg naar Groningen.

De "Utrecht" was ter assistentie uitgevaren maar de "Constant" weigerde assistentie en wou proberen op eigen kracht vlot te komen.

Na het overboord zetten van de deklading in vletten, lukte het de "Constant" om vlot te komen. En vertrok de "Utrecht" weer naar de thuishaven.

1936

Op 26 februari 1936 is door onbekende oorzaak de kwartiermeester G.A. Bossers overboord geslagen van de onderzeeboot "O. 15". Naast veel marineschepen nam ook de "Utrecht" deel aan de zoektocht naar de kwartiermeester, echter zonder resultaat.

In de ochtend van 12 maart 1936 strande de Franse kotter "D.S. 1149 Jean Antoine Bell Teste", als gevolg van dichte mist, op de z.g. Pannekoek ter hoogte van Den Helder.

De "Utrecht" vertrok vanuit Den Helder naar de positie van de "D.S. 1149 Jean Antoine Bell Teste" voor assistentie.
De "D.S. 1149 Jean Antoine Bell Teste" slaagde er echter, met hulp van vletterlieden, op eigen kracht vlot te komen.

In het Westgat bij Den Helder strandde op 8 juli 1936 een schip. De "Utrecht" vertrok vanuit Den Helder naar het gestrande schip en de "Stentor" vanuit IJmuiden naar het Westgat om assistentie te verlenen.

Toen de "Utrecht" en de "Stentor" arriveerden, in het Westgat, bleek dat het schip reeds was vlot gekomen en vertrokken was. Vermoedelijk ging het om het vrachtschip "Hilde"(1930 – 1.595 Brt.) uit Kopenhagen - Denemarken.

19 juli 1936 versleepten de "Utrecht" en de "Hector" vanuit Vlissingen het marine schip "Brabant" naar een werf in Rotterdam.

De "Utrecht" en de "Hector" zullen de "Brabant" meteen na het dokken weer naar Vlissingen slepen.

In de ochtend van 8 september 1936 strandde het Noorse vrachtschip "Sirenes" (1913 – 4.341 Brt.) op de kust bij Callantsoog.

Op 22 september 1936 slaagden de "Utrecht", "Nestor", "Hector" en de "Holland" van Doeksen er in de "Sirenes" weer vlot te brengen.

Op 1 oktober 1936 werd door de kustwacht van Den Helder, ter hoogte van de Rode boei op de Noorder Haaks, een klein vrachtschip gezien dat stil lag. Vermoed werd dat het schip machineschade had. De "Utrecht" is daarop ter assistentie uitgevaren.

De verdere afloop is helaas niet bekend.

Het Griekse vrachtschip "Okeanis"(1910 – 3.392 Brt.) verzocht op 20 oktober 1936 omstreeks 10.00 uur op 36 mijl West Zuid West van IJmuiden  dringend om assistentie wegens lekkage.

De "Utrecht" vertrok vanuit Den Helder naar de positie van de "Okeanis" en vanuit Hoek van Holland zette de "Witte Zee" koers naar het schip.

Omstreeks 11.30 uur verliet de bemanning de "Okeanis" en ging aan boord van het Nederlandse vrachtschip "Beursplein".

s' Middags om 13.20 uur was het de "Witte Zee" die als eerste arriveerde bij de "Okeanis". De "Okeanis" werd vastgemaakt door de "Witte Zee" en naar Hoek van Holland gesleept.

Het Duitse vrachtschip "Jessica"(1908 – 1.047 Brt.), dat vanaf maandag 9 november 1936 met een gebroken machine op de Noordzee dreef, is woensdag 11 november 1936 door de "Utrecht" en "Holland" van Doeksen na een moeilijke sleepreis IJmuiden binnen gebracht.

De "Utrecht" vertrok op 10 november 1936 vanuit Den Helder voor assistentie aan de "Jessica". Toen het bericht kwam dat de "Jessica" door een Engels schip op sleeptouw was genomen keerde de "Utrecht" weer naar Den Helder terug.

s' Avonds om 21.00 uur brak de sleeptros van het Engelse schip en toen deze een dringend S.O.S. Seinde, vertrok de "Utrecht" opnieuw ter assistentie en ook de "Holland" van Doeksen vertrok voor assistentie.

Na een moeilijke tocht van verscheidene uren kwamen de "Utrecht" en de "Holland" aan bij de "Jessica" en maakten verbinding met de "Jessica" en werd deze naar IJmuiden gesleept.

Door het met volle kracht tegen de zee instomen hadden de sleepboten veel water overgekregen. Het stuurhuis van de "Holland", dat meer dan 5 meter boven de waterlijn uitstak was door een overkomende grondzee beschadigd.

In de nacht van 17 op 18 November 1936 verkeerde het Griekse vrachtschip "Atlanticos"(1919 – 5.446 Brt.), in ballast onderweg van Londen – Engeland naar Amsterdam, op 8 mijl dwars van Callantsoog (opgegeven positie 52°50'N, 4°28'E) in een Noord Wester storm, windkracht 10, in nood.

De "Utrecht" wist vlak voordat de "Atlanticos" zou stranden om ongeveer 20.00 uur vast te maken en bracht het schip naar de rede van Den Helder, waar na een moeilijke reis het transport om ongeveer 21.30 uur arriveerde.

Na reparaties kon de "Atlanticos" op 20 november 1936 haar reis vervolgen.

1 December 1936 liep de Noorse tanker "O.A. Knudsen"(1925 – 9.026 Brt.) tijdens een Noord Wester storm windkracht 10 tot 11 bij het verlaten van IJmuiden, aan de grond op de Zuider strekdam.

De "Hector", "Stentor", "Nestor" en de in de loop van de nacht gearriveerde "Utrecht" wisten de tanker in de ochtend van 2 december weer vlot te brengen.
De "O.A. Knudsen" heeft roer- en bodemschade opgelopen.

Op 7 december 1936 heeft de "Utrecht" het Noorse vrachtschip "Vestland"(1916 – 2.118 Brt.) op de Noordzee vast gemaakt en naar Nieuwe Diep gesleept. De "Vestland" lag op de Noordzee te drijven met een gebrek aan bunkerkolen.

Zondag 13 december 1936 is de logger "KW 112" ten noorden van Camperduin op de Hondsbosche zeewering gelopen. De "Utrecht" en de "Nestor" hebben vastgemaakt en de "KW 112" vlot gesleept.

1937

9 februari 1937 werd er door het Observatorium op de dijk gemeld dat er een drietal lichtkogels op zee waren afgevoerd en vermoedelijk van een schip afkomstig zouden zijn.

Hierop hebben de "Utrecht" en de reddingsboot "Doris Rijkers" de haven van Nieuwediep verlaten.

Ze vertrokken in de richting van de z.g. Looien boei ( de ton van de middelgronden) het Westgat uit, rond de Noorderhaaks en tenslotte het Molengat weer in. Noch de "Doris Rijkers", noch de "Utrecht" hebben iets kunnen ontdekken, zodat men om half 2 s'nachts weer in de haven van Nieuwediep terugkeerde.

Donderdag 1 april 1937 melde een om kwart voor negen s'avonds binnen komende motorschoener in de haven van Nieuwediep dat bij de z.g. Kapies vermoedelijk de Londen- boot aan de grond was gelopen.

Op deze melding vertrok de "Utrecht" naar de opgegeven positie, wat een uur stomen koste. Op de aangegeven plaats lag echter niet de Londen- boot maar het visserij-inspectie-vaartuig de "Nautilus" dat daar voor anker was gegaan.

Waarop de "Utrecht" weer koers zette naar Nieuwediep en om 01.00 uur weer voor de wal lag.

8 juni 1937 om 20.00 uur strand het Noorse stoomschip "Randi"(1917 – 1.132 Brt.), geladen met hout onderweg vanuit Gothenburg – Zweden naar Amsterdam, tijdens mooi weer en bij goed zicht op de Haaksgronden.

De "Utrecht" vertrok naar de positie van de "Randi" en bod haar assistentie aan. De "Randi" weigert echter alle aangeboden hulp en verwachte bij hoogwater zelf vlot te kunnen komen. 9 juni 1937 kwam om 5 uur s'morgens de "Randi" inderdaad zelf vlot en vervolgde haar reis naar Amsterdam.

13 juni 1938 arriveerde de "Utrecht" bij de baggermolen "Karimat", die opzoek is naar het goud van de vergane "Lutine", de "Utrecht" is gecharterd om de "Karimat" meteen naar binnen te slepen als het weer verslechterd.

Om deze reden kwam ook de "Volharding" van Doeksen bij de "Karamat".

17 juli 1937 vertrokken de "Utrecht" en de "Nestor" vanuit Nieuwediep met "Hr. Ms. Java" op sleeptouw naar Rotterdam, waar "Hr. Ms. Java" gedeeltelijk vernieuwd zal worden.

Op 18 juli 1937 arriveerde "Hr. Ms. Java" achter de "Utrecht" en de "Nestor" bij de werf in Rotterdam.

De "Nestor" vertrok vanuit Rotterdam weer naar IJmuiden en de "Utrecht" naar Nieuwediep.

Omstreeks 11 augustus 1937 hebben de "Utrecht" en de "Nestor",  "Hr. Ms. Java" vanaf de werf in Rotterdam versleept naar Nieuwediep.

13 augustus 1937 arriveerde de "Utrecht" in IJmuiden voor een 'dokbeurt'.

Op 25 augustus 1937 keerde de "Utrecht" weer terug op haar station in Den Helder nadat ze een onderhouds en 'dokbeurt' had ondergaan.

9 September 1937 bracht de "Utrecht" de mijnenlegger "M 2", die als gevolg van het slechte weer in moeilijkheden verkeerde, binnen in de haven van Terschelling.

Als gevolg van de mist strandde op 23 december 1937 om 9.30 uur het Engelse vrachtschip "Gateshead"(1919 – 754 Brt.), die geladen met kolen onderweg was vanuit Newcastle - Engeland naar Amsterdam. Een kilometer ten noorden van Egmond aan Zee op de derde bank.

De "Utrecht" en de "Hector" maakten verbinding met de "Gateshead" en brachten deze omstreeks 12.00 uur weer vlot.

1938

6 oktober 1938 verloor de "Loodsboot No. 10" uit Vlissingen nabij de Haaksgronden in windkracht 8 uit het Zuid Westen haar roer en roersteven.
Eerst probeerde nog de "Loodsboot No. 1" vast te maken op de "Loodsboot No. 10" maar door het slechte weer lukt dit niet.

Hierop vertrok de "Utrecht" vanuit Den Helder naar de positie van de "Loodsboot No. 10" en lukt het in de eerste poging al om de "Loodsboot No. 10" vast te maken en naar Den Helder te slepen.

Bemanning "Utrecht": o.a. Kapitein van der Burgt en Marconist Hoebe.

1939

Op 2 november 1939 was de "Utrecht" uitgevaren om assistentie aan te bieden aan het vrachtschip "Omlandia"(1938 – 400 Brt.), dat volgens de berichten was gestrand op de Eierlandse gronden.

In de morgen van 11 november 1938 strandde, als gevolg van een dichte mist, het Zweedse vrachtschip "Venersborg"(1914 – 1.065 Brt.) nabij Castricum.
Dezelfde dag omstreeks 16.30 uur lukt het de "Utrecht" en de "Stentor" om de "Venersborg" weer vlot te slepen. Waarna de "Venersborg" op eigen kracht naar Amsterdam kon varen voor onderzoek naar de opgelopen schade.

1 december 1938 nam de "Utrecht" ter hoogte van Egmond de "KW. 169" over van de  "KW. 112", die de  "KW. 169", die motorschade had opgelopen, op sleeptouw had. Maar wegens het slechte weer moest de  "KW. 112" de  "KW. 169" overgeven aan de "Utrecht".

2 december 1938 verdaagde de trawler "IJM. 58 Amsterdam", die door de trawler "IJM. 196 Hercules" wegens machineschade naar IJmuiden werd versleept, na het breken van de sleeptros op de blokken van de Zuiderpier van IJmuiden.
 
De "Stentor" wist vrij snel vast te maken op de "IJM. 58 Amsterdam", even later maakte ook de "Utrecht" vast op de "IJM. 58 Amsterdam". Gezamenlijk wisten de "Utrecht" en de "Stentor" de "IJM. 58 Amsterdam" na een klein uur weer vlot te brengen en de haven van IJmuiden binnen te slepen.

Begin april 1939 vertrok de "Amsterdam" vanuit Den Helder naar Amsterdam voor een beurt in het dok 'knippen en scheren', de "Utrecht" bezette zolang het bergingsstation in Den Helder.

11 april 1939 keerde de "Amsterdam" weer terug in Den Helder na in Amsterdam in het dok te zijn geweest. En vertrok de "Utrecht" weer naar IJmuiden.

10 Oktober 1939 brachten de "Utrecht" (kapitein v/d Burg) en de "Stortemelk" van Doeksen de Finse houtboot "Indra"(1900 – 2.026 Brt.) binnen in IJmuiden, nadat deze op een mijn was gelopen.

De "Indra" was blijven drijven op haar lading hout. Binnen de pieren namen de "Nestor" en de "Stentor" de "Indra" over van de "Utrecht" en de "Stortemelk" en slepen deze naar de bergingshaven.

De mijnenjager "Hr. Ms. Jan van Gelder", die op 19 oktober 1939 zwaar beschadigd werd door een mijn, is door de "Utrecht" van Den Helder naar Rotterdam versleept.

20 Januari 1940 om 18.00 uur kwam er bericht dat er vuurpijlen gezien waren in de richting van de Razende Bol. Het was goed weer, wind Noord Oost kracht 4. De noodseinen waren afkomstig van een drietal marinesleepbootjes van het vliegkamp de Mok, die in het ijs waren vastgeraakt. Om 18.30 uur voer de motorreddingsboot "Dorus Rijkers" ter assistentie uit, doch voor de haven dreef zoveel ijs, dat de reddingboot er niet doorheen kon komen, zodat zij tenslotte onverrichter zake terugkeerde.

Twee van de drie sleepbootjes werden door de "Utrecht" in veiligheid gebracht het derde bleek nabij het vliegkamp op de Hors vast te zitten en verkeerde niet in gevaar.

De "Hector" en de "Utrecht" werden op 10 maart 1940 door de Marine ingezet bij de berging van de na een aanvaring met de "Amsterdam" gezonken onderzeeër "Hr. Ms. O – 11". Marineduikers dichten het gat en pompten water uit de "O – 11" en persten lucht in de ballasttanks. Omstreeks 98.45 uur dreef de "O – 11" weer en werd door de "Hector" en de "Utrecht" op sleeptouw genomen naar de Marine werf, omstreeks 11.00 uur stond de "O – 11" in het dok.

Op de Eierlandse gronden is in de nacht van 30 maart 1940 het Letlandse vrachtschip "Ausma"(1903 – 1.840 Brt.). De "Bornrif", "Neptunes" van Doeksen en de "Utrecht" brachten Zondagmorgen 31 maart om 2.00 uur de "Ausma" vlot.

De "Ausma" vervolgde hierna op eigen kracht, geëscorteerd door de "Utrecht", koers naar IJmuiden.

Op 4 april 1940 strandde het Zweedse vrachtschip "Tom"(1919 – 2.074 Brt.) op de Haaksgronden, dicht bij een mijnenversperring. De "Utrecht" wist het de "Tom" op 5 april 1940 vlot te brengen.

Bij het binnenlopen van de haven van Nieuwe Diep strandde tijdens dichte mist op 24 april 1940 een onderzeeër achter Fort de Harssen tijdens laagwater.
De onderzeeër die nieuw was en nog niet was afgeleverd aan de Marine, had net buitengaats allerlei oefeningen afgewerkt. De "Utrecht" en de "Hector" wisten de onderzeeër in de loop van de avond weer vlot te brengen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam de "Utrecht" ter beschikking tot de Koninklijke Marine.

Op 6 november 1940 werd de "Utrecht" tot krijgsbuit verklaard door de Duitse bezetters. De "Utrecht" werd ingedeeld bij het Lazarett Verband als "LAZ 33".

In 1941 werd de "LAZ 33" overgeplaatst en ingedeeld bij het Hafenschutzflotille te Kiel als Kabel-Fern Räumgerät Schlepper. Weer later kwam zij als "DPK 01" bij het Küstenschutzflotille Pommern in dienst. Tot eind 1943 heeft zij als zodanig dienstgedaan voor deze afdeling.

Vanaf 1943 heeft zij gedurende een half jaar als "VS 201" gevaren en was als KFGR-Schlepper ingedeeld bij het 2e Sicherungsflotille.

Op 12 juni 1944 liep de sleepboot in de Pommernse Bocht op een mijn nabij Sassnitz, waarna de sleepboot zonk.

De sleepboot werd op 4 juli 1944 gelicht, maar was dermate beschadigd dat zij tenslotte moest worden gesloopt.